Lelijke gebouwen (1)

6003-lelijke-gebouwen-1 (Door Ronald Sørensen)
Lopend door één van de vele stadjes die we tijdens onze tochten aandeden schoten we elkaar regelmatig aan en refereerden aan een reis op de binnenvaart die we ooit gemaakt hadden: ,,Kijk, daar staat er weer één: Een heel lelijk gebouw.”

Via een oud collega, die heel verstandig van het onderwijs naar de bevrachting in de binnenvaart overstapte, kwamen we in contact met een schipper die het leuk vond om zijn vrouw een week vrij te geven en vier docenten aan boord te nemen. Hij lag in Regensburg aan de sluis op ons te wachten.

We kwamen dus op een avond met de auto in die wonderschone stad aan. Nog geen gps dus we konden de sluis niet vinden en stopten in het centrum om iemand op een terras te vragen waar de sluis lag.
De man legde uit dat het zonder zijn hulp niet zou lukken die te vinden, leegde zijn bierglas en wees naar de uitgang van de parkeergarage; daar zou hij verschijnen en ons naar onze bestemming loodsen. Zo gezegd, zo gedaan.
Eenmaal ter plekke hoorde hij onze dankbetuigingen geduldig aan en merkte op dat ongetwijfeld iedere Duitser hetzelfde zou hebben gedaan.


De schipper stelde zich voor en we hesen de auto met de kraan op het dak van de roef. Binnen zagen we – grote uitzondering op de binnenvaart – een uitgebreide boekenkast. Nu is een boekenkast een geweldige manier om iemand te leren kennen dus ik liep alle titels na. Nederlandse literatuur en opvallend veel werken over architectuur.

Toen de schipper zich gezellig bij ons in zijn roef vervoegde en wij ons hadden voorgesteld vroegen we naar zijn belangstelling voor architectuur. ,,Ik ben architect,” zei hij tot onze verbazing.
,,Toen ik in Delft studeerde woonde ik op een oud binnenvaartschip en om de kosten te dekken en maakte ik twee à drie reizen per jaar. Toen ik na mijn afstuderen op een kantoor terecht kwam, vond ik varen eigenlijk veel leuker. Vandaar, dat ik daarvoor gekozen heb.”

Hij vertelde vervolgens, dat hij het fijn vond vogels van diverse pluimage aan boord te hebben waar hij misschien iets van op kon steken. Uiteraard meldde ik hem dat dat nog wel eens tegen kon vallen en dat hij – mocht hij echt iets op willen opsteken – vooral bij mij te rade moest gaan.

Binnenstad RegensburgMijn opmerking kwam als een boemerang terug, want de schipper bleek wat moeite te hebben met het begrip ironie en keek me bedenkelijk aan. Direct anticipeerde mijn collega’s door te zeggen, dat ik - omdat ik altijd gelijk kreeg van brugklassertjes – onterecht een vrij hoge dunk van mezelf had.
De toon van de reis was weer eens grinnikend gezet.

De afspraak was eenvoudig. Wij hielpen bij afvaart en aanmeren maar voor de rest deden we wat we wilden. We stonden op de brug, lazen de mooie boeken van de schipper en bridgeden alleen overdag omdat de schipper in de avond - als we vast hadden gemaakt - graag met ons wilde passagieren of kletsen.

Zijn voorkeur werd al snel duidelijk omdat hij op een gegeven moment al in de namiddag aanlegde om ons een dorpje te laten zien waar een in zijn ogen verschrikkelijk lelijk gebouw stond. Het klopte: inderdaad een verschrikkelijk lelijk gebouw.
Zo lelijk dat standrechtelijke executie van de architect op zijn plaats was vond één van ons, maar de schipper zei met een frons dat hij dat echt te ver vond gaan.

We gingen ook nog even een litertje (Beieren!) bier drinken in de plaatselijke Bierstätte, waar een groot houten wandbord met foto’s van gevallen en verdwenen kameraden hing. Allemaal in uniform, waaronder SS-uniformen zoals ik met mijn kennersoog zag en zachtjes fluisterend mededeelde (had de schipper toch iets aan mijn historisch specialisme).

Na een tijdje moest één van mijn collega’s naar het toilet. Hij ging, toen ie weer terug kwam demonstratief met zijn handen in zijn zij voor het wandboord staan. Nadat hij het uitgebreid en hoofdschuddend had staan bekijken riep hij naar ons: ,,Je zou hier toch zo Eichmann of Herman Goering tussen verwachten?

,,De namen knalden als zweepslagen door de tot op dat moment gezellige ruimte. Even hoorden we alleen zachte jodel-muziek want het geroezemoes van alle tafels was verstomd.
,,Denk dat we maar moeten afrekenen,” schatte ik de situatie in. Ik wilde nog zeggen: ,,Misschien kunnen we naar de deur sprinten,” maar ik vreesde dat de schipper het letterlijk zou nemen en rekende met een geforceerde, verontschuldigende glimlach af. Ons ‘schüss’ werd niet beantwoord.

,,Ze zeggen hier 'grüssgot',” merkte een taalgevoelige collega eenmaal buiten op. ,,Zal ik even terug gaan om dat te zeggen,” opperde ik, maar zelfs de schipper begreep dat ik ironisch was.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Loopbaan


Rutte, onze grote premier in het klein,

wil niet zijn hele leven onze premier zijn.

Hij wil weg, hogerop,

naar de echte hoge top.


Ik laat zien: ‘Ik ben een ferme knaap.

Van mij komt heus geen broodje aap.

Vastberaden koers ik naar mijn nieuwe stek.

Ik heb een probleem. Er is geen plek.’


Geert-Jan Laan


  • Nieuw

  • Reacties