COLUMNS

Kootje

6928-kootje
(Door Alek Dabrowski)


Bijnamen horen bij stamgasten, zoals bier in een bierglas hoort. Je hebt ze in twee soorten: bijnamen die algemeen bekend zijn en bijnamen waar de persoon zelf niet vanaf weet. In de zomer van 1986 verkenden we de buurtkroegen van Charlois. We gaven de stamgasten bijnamen. Zij wisten van niets.

De jongerencentra op Zuid kenden we wel: Berenei, Blokhut, Chillup, Uitbraak. Deze zomer was het tijd voor de ouwelullenkroegen. Het scheelde in ieder geval een stuk lopen. Ik woonde op Oud-Charlois, een buurt waar je struikelde over de buurtcafés.

Na verkenningen in de Buccaneer, De Schaapstal, Concert en het paviljoentje bij het Karel de Stouteplein vonden wij onze kroeg: t’ Vinkje, een oud café op de kop van de Doklaan en Wolphaersbocht. Het pand bestaat niet meer. Er is nieuwbouw verrezen, waarin het ’t Vinkje een nieuw onderkomen vond.

Toen de Dokhaven nog bestond kwamen er veel schippers in het café. In die tijd was het de gewoonte de deuren om vier uur ’s morgens al open te gooien. Naast de koffie werd er niet moeilijk gedaan over een borreltje om de dag te beginnen. Fameus waren de gehaktballen.

In onze tijd werd er nog steeds vroeg geopend. Tegenover ’t Vinkje was er enige tijd een café waar je tot een flink stuk in de nacht kon blijven plakken. Ik heb geregeld gasten vanuit ’t Vinkje zien afzakken naar dit nachtcafé. Eenmaal maakte ik het laat en zag diep in de nacht dezelfde mensen weer oversteken naar hun stamkroeg. Met zulk caféleven hoefde je niet meer thuis te komen.

Tegenover het huis van de vriend waarmee ik meestal ’t Vinkje bezocht woonde een vrouw van een jaar of vijftig, die wel van een drankje hield. Op een tijdstip dat de hele buurt lag te slapen kwam zij regelmatig luidruchtig thuis. Haar dochter probeerde haar dan tot bedaren te brengen met een opmerking over de buren. Haar antwoord luidde steevast: “Ik heb schijt aan de buren.” Een bijnaam was geboren: Schijt-aan-de-buren, afgekort Schijt. Een gesprek kon dan als volgt verlopen: “Heb jij schijt nog horen thuiskomen vannacht?” “Jazeker, Schijt was weer lekker aan het schreeuwen. De politie moest langskomen om haar te kalmeren.”

Eenmaal betraden wij het ’t Vinkje en zagen Schijt zowaar aan de bar zitten. Zij gierde het uit. Na nog een grapje van de barman hield zij het niet meer. Hardop hoorden wij haar verkondigen dat haar lippen klepperden achter haar rits. Ook die avond zal Schijt niet geruisloos thuis zijn gekomen. We vonden haar een beetje onsmakelijk en gingen een gesprek met haar uit de weg. Haar bijnaam onthullen leek ons niet verstandig.

De bar werd op de avonden dat wij kwamen meestal beheerd door Bas. Hij droeg altijd een net wit hemd. Hij had een flinke snor en een forse buik, waar hij zich niet voor schaamde. Hij was een barman zoals barmannen horen te zijn: attent voor zijn gasten, zwijgzaam als het moet.

Aan de bar van ’t Vinkje hoorden we weleens verhalen over gedoe met de politie. Er kwam hier geen onderwereld, maar er gebeurde wel eens wat. Op een avond ontdekten we een bargeheim. We hadden net een pilsje besteld toen de deur open vloog. Een man stormde naar binnen, verdween achter de bar, bukte en een luikje ging dicht. De man was verdwenen. Nog geen halve minuut later arriveerde de politie op zoek naar de man. Bas wist van niks, ook de klanten hielden wijselijk hun mond. De agenten doorzochten het café, de keuken en de toiletten. Zij stonden voor een raadsel.

Naderhand spraken we met wat stamgasten over deze verdwijntruc. De grootste opschepper, een vast gezicht aan de bar, kwam nu helemaal los. Hij vertelde over zijn cafégevechten. Iemand had hem onlangs aangevallen in ‘t Vinkje. Zijn tegenstander hield hem in de houdgreep vast. Gelukkig wist onze verteller één hand los te wurmen. Hij duwde zijn wijsvinger diep in de oogkas van de vijand. Deze schreeuwde het uit en verdween spoorslags. Vol trots gaf hij aan dat zijn vinger tot aan het tweede kootje in het oog zat. Meermaals moesten wij vanaf nu dit verhaal aanhoren. De details werden na elke vertelling opzienbarender. Deze stamgast paste maar één bijnaam: Kootje.

Lees verder

Empathie versus ongemak

6898-empathie-versus-ongemak
(Door Marco Kunkels)
Met gefronste wenkbrauwen luistert ze naar het omroepbericht van de NS. ‘’Een aanrijding met een persoon, heb ik[...]

Napoleon politicus van het jaar

6896-napoleon-politicus-van-het-jaar
(Door Ronald Sörensen)
Vrijdagavond jongstleden besloot een wc-eend jury, dat Napoleon (noot 1) de politicus van het jaar is geworden. Enkel[...]

Mijn vaders stamkroeg

6889-mijn-vaders-stamkroeg
(Door Alek Dabrowski)
Timmer is een roemrijk Rotterdams café. Eén manier om de faam van een café vast te stellen is om na te gaan of er [...]

De twee vrienden van Christeen Keeler

6883-de-twee-vrienden-van-christeen-keeler
(Door Geert-Jan Laan)
Het onlangs overleden voormalig model Christine Keeler bracht met twee amoreuze relaties in 1963 het conservatieve B[...]

De ‘Griepprik’, voor- en nadelen

6875-de-griepprik-voor-en-nadelen
(Door Jim Postma)
Via mijn huisarts een uitnodiging gekregen voor de bekende jaarlijkse griepprik. Die ontvangt iedere Rotterdammer va[...]

Soep van Vandaag & Morgen

6871-soep-van-vandaag-morgen
(Door Jim Postma)
De vertegenwoordiger komt handenwrijvend het bruine caférestaurantje binnengelopen. Buiten is het guur, waterkoud. Zo[...]

Bolsjewieken zijn een bedreiging

6848-bolsjewieken-zijn-een-bedreiging
(Door Ronald Sörensen)
Op het RTV Rijnmond nieuws konden we het zien. Een donkere Rotterdammer die met zijn kind op de arm verzuchtte dat hi[...]

Ze zijn er nog

6823-ze-zijn-er-nog
(Door Ronald Sörensen)
In afwachting van een concert in de Laurenskerk gingen Nel en ik iets drinken en eten. Bij het afrekenen zag ik dat [...]

‘Oude man’

6820-oude-man
(Door Jim Postma)
Mensen in deze wijk die mij kennen weten dat ik haast dagelijks ‘een rondje om de kerk’ maak. En daar ik gelukkig[...]

Linéa Recta

6815-lin-a-recta
(Door Frank Drion)
Druk, druk, druk… Overal waar je komt hetzelfde, iedereen heeft het druk. Wat is die drukte dan precies? Is het d[...]