Sint Annaland of ‘Stalland’

5960-sint-annaland-of-stalland (Door Ronald Sørensen)
Een flinke ruzie op het water (gebeurt zelden), toen bij het invaren van de sluis van het Veerse Meer naar de Oosterschelde een medezeiler ons bijna op een dukdalf zette, omdat hij als eerste de sluis wilde binnenvaren.
Op zo’n moment is een Rotterdamse tongval met bijbehorend vocabulaire een zegen vonden ook mijn medezeilers. Een verademing tussen die bekakte ‘luitjes’ meende één zelfs.

Ik refereerde onderweg - een beetje gestreeld door de complimenten - aan een woordenwisseling met de eigenaar van een groot luxe motorjacht, die bij het uitvaren van de Krammersluis dwars op de vaarrichting lag te wachten om in te varen.
Uiteraard stond Nel aan het roer en ik bij de fok: ,,Lekker handig,’’ riep ik en wilde net verder uitvaren, toen ik zag dat het een voormalig minister en geestverwant was die in de stuurhut stond.

Wanhopig riep hij: ,,Kan het niet helpen Ronald. Ben net voor het invaren van de andere sluis weggestuurd.’’ Later in Rotterdam nog wat nagelachen op zijn varende paleisje.

Daarna richting Sint Annaland in plaats van Zierikzee. Uiteraard is op de Oosterschelde het tij de belangrijkste factor om een ligplaats te zoeken, maar in dit geval was ook de naam van het plaatsje belangrijk. Mijn vriend - de schipper - meende aan die naam te kunnen aflezen dat het hier een rooms-katholieke enclave betrof binnen een grauwe calvinistische wereld.
Ik sprak dat tegen, maar twijfelde door de naam toch een beetje. Toen we de haven binnenvoeren vertelde ik de overige bemanning, dat de havenmeester ging vragen uit welke haven we kwamen.

Toen ik een keer met Nel een ligplaats had gevraagd, vroeg hij er ook naar. Op mijn antwoord: ,,Sint Philipsland,” zei hij: ,,Oh, Flipland. Zelfs de wind die er vandaan komt is slecht!”
Een typisch staaltje regionaal chauvinisme, dat ik als tijdelijk bewoner van Schouwen goed ken. In de 19e eeuw ging men vanuit Haamstede (prinsgezinden) zelfs op plundertocht naar Renesse (patriotten) en nog steeds is de verhouding koel.

Aangekomen in Sint Annaland inspecteerden we snel het dorp. Opvallend veel horeca en dat zou inderdaad wel eens op een Roomse enclave kunnen duiden. In het centrum stond echter een gedegen protestantse kerk, zodat ik mijn schipper glimlachend kon zeggen, dat de naam Sint Annaland dan wel op zijn afgodendienst leek te duiden, maar dat de bewoners gelukkig nog steeds de enige juiste weg bewandelden: die van de vreze des Heren!

De keuze voor ons tapbiertje viel op een café met de naam: ‘In den Handel’ (Tegenwoordig geheten Café an de Slôôve). Ik herinnerde me de naam 'De Koophandel' van een zaak op het Oostplein. Binnengekomen stond een leeftijdsgenoot enigszins berustend en verveeld achter de bar.
Toen ik naar de naam vroeg, bevestigde hij dat de zaak inderdaad deels genoemd was naar zijn vorige zaak op het Oostplein. ,,Tja,” zei hij zuchtend. ,,Ik ben hier verzeild geraakt.”
We vroegen nergens naar, omdat op dat moment een vrouw van een jaar of twintig jonger met een kinderwagen binnenkwam. Met zijn hoofd richting de vrouw knikkend zei de kastelein, ,,Zij wou terug naar Stalland en ik heb het hier ook wel naar mijn zin. Lekker rustig, maar het is wel wennen.”

Dat hij een professional was, bleek uit het rondje dat hij ons aanbood en zijn mededeling, dat we ook bij hem een eenvoudige hap konden nuttigen. Het was net gaan regenen, dus we voelden er wel wat voor.
Hij kwam gezellig met een glas whisky bij ons zitten; duidelijk om zijn ervaringen op het platteland kwijt te kunnen. ,,Ik zat hier nog maar een week toen er iemand binnen kwam die me vertelde dat hij de maat kwam opnemen. Bleek een grap van de plaatselijke doodgraver, die toen ook postbode was,” begon hij.

Vervolgend: ,,Ach, het zijn boeren, maar wel aardig; tenminste als je ze niet uitdaagt. Zien jullie die discotheek daar? Was vaak knokken tussen de verschillende dorpen hier. Toen waren ze zo slim om twee Rotterdamse uitsmijters neer te zetten. ‘Slim’, want nu kwamen ze van het hele eiland om met de Rotterdammers te vechten; weg onderlinge rivaliteit.
Uiteindelijk toch maar weer uitsmijters van het eiland zelf en de betrekkelijke rust keerde weer terug.’’

,,Ach ja, ik zei het al: boeren, maar als je ze leert kennen valt het best wel mee!”

R.Sörensen :
Een zeilvriend vroeg wie de oud minister was.
Lijkt me geen schending van de privacy als ik schrijf dat het Rolf de Boer was. Minister van V&W (LPF) in het 1e kabinet Balkenende Hij is ook vrij kort wethouder in Rotterdam geweest voor de VVD.
Aardige en deskundige man!

zaterdag 19 maart 2016

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Ziel

“Op het einde van zijn leven, kon mijn vader niet meer communiceren, maar hij kende wel hele stukken poëzie uit het hoofd die hij opzegde terwijl we ze hem voorlazen. Je zag hem dan even weer oplichten. Anderen hebben dat met muziek of schilderkunst. Ik heb het talloze keren zien gebeuren en iedere keer was het diep ontroerend.”

Nicci Gerrard in een interview met Marnix Verplancke.

https://bazarow.com/

(van de redactie)


  • Nieuw

  • Reacties