COLUMNS

Waanzin, woede, wraak (9-11)

Op 11 september 2001 was ik als hoofdredacteur van Het Nieuwsblad van het Noorden te Groningen in Den Haag bij het persbureau GPD dat voor een groot aantal regionale kranten de landelijke en internationale nieuwsvoorziening verzorgt. Aanwezig waren vrijwel alle hoofdredacteuren van die kranten.

Lees verder

Groen-wit-groen (5)

Na de enthousiaste steunbetuiging van Twan Nijssen op mijn idee om in de Rotterdamse Parkhaven enkele voor de sloop be[...]

‘Doomsday!’

Gelooft u nu werkelijk dat de financiële wereldbrand geblust is? Zowel Europa als Amerika zijn technisch failliet. ‘[...]

Groen-wit-groen (4)

‘De Karel Doorman’ aan de Parkhaven? Vlak bij de pier aan de Zuidkant van Manhattan waar tegenwoordig de schep[...]

Groen-wit-groen (3)

De legendarische liftboy(s) Het was in juli van dit jaar precies vijftig jaar geleden dat ik voor het laat[...]

Groen-wit-groen (2)

Op zondag 3 juli vertrekken wij vanaf de Wilhelminakade bij hotel New York in Rotterdam voor een historische overtocht [...]

Hoe superijdeltuiten vaak bedrijven naar

In een onlangs verschenen proefschrift van mevrouw Antoinette Rijsenbilt onder de titel ‘CEO-narcisme. Metingen en i[...]

Groen- wit –groen (1)

Groen – wit – groen, de kleuren van de oude Rotterdamse Holland Amerika Lijn. Of zoals destijds wel aan boord werd [...]

De wereld vergaat…

Toen ik aan het einde van het voorjaar van 1959 mijn eindexamen van de Vlaggeman ULO in Rotterdam moest doen kreeg ik e[...]

Schandaal Rost van Tonningen?

Het grote schandaal is niet dat Grimbert Rost van Tonningen, de oudste zoon van de nazi-ouders, spreekt op de 4 mei her[...]

Nederlandse militairen grijpen de macht

In de afgelopen nacht zijn Nederlandse militairen massaal in opstand gekomen tegen de aangekondigde bezuinigingen op D[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties