Taaldwang (2)

5836-taaldwang-2 (Door Geert-Jan Laan)
In de discussie over het verplicht doorvoeren van politiek correcte benamingen, woorden of misschien zelfs spreekwoorden hebben we nu ook lijstjes met de meest verafschuwde woorden. Zo staat bovenaan het woordje ’me’ in de zin van ‘mijn’.

De in Rotterdam opgegroeide NRC-columnist Henk Hofland schreef dat in zijn jeugd, en dan hebben we het over zo'n zeventig jaar geleden, in een nabijgelegen volkswijk de straatjongens, wanneer zij iets niet wilden, kort en krachtig riepen ‘Me reet’. Vervang dat door ‘Mijn reet, ‘Mijn kont’of ‘Mijn bips’ en de kracht is weg uit de uitroep.


Andere nieuwe woorden kunnen best aardig zijn. Zo vind ik ‘sjoemelsoftware’ best te pruimen en de zwartrijder bij een NS-poortje een ‘poortjesspringer’ te noemen, geeft precies aan wat hij of zij doet.
Maar nieuwe woorden uit de zachte sector beklijven denk ik niet. Wanneer ik het woord ‘Mantelzorger’ hoor of lees dan denk ik toch in eerste instantie aan een persoon die bij een garderobe mijn jas ophangt.

Een ander doelwit is verkleinwoorden. Een jeugdige inwoner van het eiland Java mogen we geen ‘Javaantje’ meer noemen. De shag ‘Javaanse jongens’ zal dan ook wel niet meer mogen. En waarom zouden we een jeugdige inwoner van Rotterdam geen ‘Rotterdammertje’ mogen noemen.

Die term staat in Rotterdam ook voor het restje jenever uit de fles (net geen vol glaasje) die in Rotterdam inderdaad een ‘Rotterdammertje’ wordt genoemd en gratis wordt geconsumeerd. In veel steden en streken wordt dat een ‘Kasteleintje’ genoemd. In Groningen heet een grote pils een ‘Amsterdammer’.

Het verkleinwoord is een typisch onderdeel van de Nederlandse taal.

De bedoeling is ook om krasse uitroepen of beschuldigingen wat te verzachten. ,,Ach, het is wel een loedertje,” klinkt anders dan ‘dat loeder’.
Zijn we hier dan toch bij het poldermodel?

Dezelfde polder waar ook ons aller kleine Greetje vandaan kwam.

Johannes :
Beste Geert-Jan

Het laatste restje uit de jeneverfles noemden wij in Rotterdam vroeger een "Amsterdammertje" Dat restje was gratis mits opgedronken voordat de kroegbaas kon bijvullen. Een "Rotterdammertje" is hetzelfde maar dan in een kroeg in de hoofdstad.

Zo ook noemde men in de haven een uit de strop gevallen lading een "Amsterdammertje" altijd gevolgd door een paar stevige vloeken, het gaf immers veel extra werk.

donderdag 24 dec 2015

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Geert-Jan Laan

Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is mede-oprichter van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen.
Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken.

Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur van Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid.

Hij was tot 2003 hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden en was onder meer voorzitter van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam. Tevens was hij voorzitter van de Commissie Dag van de Persvrijheid.

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties