Kokoriko

5820-kokoriko (Door Ronald Sørensen)
Onze schipper behoorde tot de optimisten, die altijd het goede in de medemens zag; hoe vaak ik hem ook gewaarschuwd had.
In alle toeristische havenstadjes werd hij op de onvermijdelijke markten vrijwel altijd door verkopers aangesproken.
Eenmaal in gesprek bezat hij niet het vermogen snel duidelijk te maken, dat hij eigenlijk niets wilde kopen. Sterker nog hij kocht regelmatig iets om van het gezeur af te zijn.

Was er een straatartiest die uit het publiek een slachtoffer nodig had voor een goocheltruck of iets dergelijks. Onze schipper werd strijk en zet uitgekozen, waarna hij mild glimlachend zijn rol aanvaardde. Klaarblijkelijk hadden verkopers en straatartiesten een neus voor mensen die moeilijk nee zeggen.


Soms werd hij niet aangesproken, maar ging hij zelf op onderzoek uit vooral als hij iets zag, dat hij niet direct kon verklaren. Op een avond aan de Bretonse zuidkust stond een verkoper een houten stokje met aan het einde een propellertje te verkopen.
In het stokje zaten ribbels. Als je er met een ander stokje over wreef ging het propellertje draaien. ,,Komt door de trilling,” wist de schipper direct: ,,Die energie kan niet weg en laat zo de propeller draaien!”

De verkoper zei onder het wrijven ,,kokoriko’’ en plotseling ging het propellertje naar de andere kant draaien. ,,Zo Einstein,” zei ik: ,,verklaar dat maar eens!”
Gebiologeerd bleef hij staan staren, terwijl het propellertje na iedere ‘kokoriko’ van draairichting veranderde. Omdat ik van de slechtheid van de mens uitga, lette ik goed op de handen van de verkoper en plotseling zag ik het.
,,Ik koop het en ga het aan boord uitzoeken,” besloot de schipper.

Eenmaal aan boord pakte hij de stokjes en ja hoor na het wrijven ging het propellertje naar links draaien. Maar hoe hij ook probeerde het bleef naar links draaien. ,,Die man liet het ook naar rechts draaien,” gooide ik na een tijdje zout in zijn natuurkundige wond.
,,Laat mij het maar eens proberen?”
,,Als het mij niet lukt, lukt het jou zeker niet kutje boeboe,” kreeg ik te horen.

Ik begon te wrijven en het naar links draaien begon. ,,Kokoriko,” riep ik en na een kleine hapering begon het propellertje naar rechts te draaien.
Daarna demonstreerde ik tot wanhoop van de schipper dat het op mijn ‘kokoriko-commando’ zowel naar links of naar rechts kon draaien.
Verbijsterd keek hij me aan. Uiteraard liet - ik natuurkundig zeer slecht onderlegd - deze buitenkans niet voorbijgaan.
,,Zeg jij maar ‘kokoriko’ zei ik tegen Nel. ,,Ik denk dat ie het dan ook doet. Bij jou niet,’’ voegde ik er aan toe, terwijl ik de schipper aankeek.

En ja hoor, ook bij Nel draaide het propellertje op verzoek naar links of naar rechts.
,,Zeg jij eens kokoriko,” vroeg ik treiterend aan de schipper ,,Ik denk niet dat ie dan luistert.”
Hij rukte de stokjes uit mijn handen en ging ze weer uitgebreid bestuderen.

,,We laten je even alleen om op het terras een ‘pressionnetje’ te halen,” stelde ik voor, terwijl ik Nel stiekem een seintje gaf mee te gaan. Tegen de schipper ,,Als je eruit bent, kom je toch ook?”

Op het terras vertelde ik Nel het geheim. Je moet als je de propeller naar rechts wil laten gaan je duim tegen het stokje mee laten wrijven. Naar links alleen met het stokje wrijven; wel zo dat het niet goed te zien” waarschuwde ik.
Uiteraard kwam de schipper niet naar het terras en toen we een half uur later in de kuip kwamen zat hij bokkig zijn borreltje te drinken.

,,Kokoriko,” riep ik om de stemming te verhogen en maakte met mijn wijsvinger het ‘geef eens hier’ gebaar. Zuchtend haalde hij de stokjes tevoorschijn.
,,Ik wil het proberen,” zei Nel en ja hoor na enkele pogingen lukte het haar tot ontzetting van de schipper.
,,Nou, als Nel het ook al kan, dan kan de grote natuurkundige toch niet in gebreke blijven,” zei ik. Vastbesloten deze situatie tot de laatste seconde uit te buiten.
,,Leg het maar uit kinderachtig mannetje,” zei de schipper.
,,Eerst even kijken of ie op jouw ‘kokoriko’ reageert,” zeurde ik door in een laatste poging het toverwoord aan hem te ontfutselen.

Daarna pakte ik de stokjes en zei: ,,ko…….ko…….ri…….ko,” na iedere klemtoon de draairichting veranderend.
,,Bekijk het maar grote mond,” zei hij, waarop ik het niet meer uithield en vol leedvermaak in lachen uitbarstte.

Net voor hij naar zijn kooi wilde gaan greep Nel in en vertelde het hem.
,,Goh bij jou doet ie het zonder ‘kokoriko’ merkte ik nog nalachend op, toen het hem eindelijk lukte.

,,Je ben nu echt gelukkig hè Sör?” verzuchtte hij. Ik beaamde het met tranen in mijn ogen.

Johannes :
De truc met het molentje echt iets voor een politicus :-)

Hier om te oefenen:
http://www.interannet.nl/bedrog.htm

dinsdag 15 dec 2015

Schrijf uw reactie








Type de code over: