Koud biertje

5802-koud-biertje (Door Ronald Sørensen)
Van docenten mag probleemoplossend vermogen worden verwacht; zeker als ze weten dat ze dorst gaan krijgen. Aan boord werd, zodra we eenmaal in de haven of voor anker lagen, stevig gedronken. Daar ontstond ook het gezegde: ‘Koud drinken is vooruitzien’.

Op een schip van 6.60 meter was geen ruimte voor een koelkast, zodat we al ons vernuft moesten inzetten om koud bier te kunnen drinken. De schipper dronk pas ’s avonds jenever en dat kon ook minder koud gedronken worden.
Nu ging het gerucht dat bier in een netje in het zeewater koud zou worden maar dat was slechts een gerucht. Door verdamping werd het wel kouder – mijn zeilmaat legde geduldig uit hoe dat natuurkundig mogelijk is - maar niet zoveel als we zouden willen.


Het was mijn taak als ondergeschikte van de schipper te zorgen voor koud bier. Soms een eenvoudige taak en soms een taak die enige improvisatie vereiste. Centraal stond de koelbox waarin plek was voor minimaal twaalf blikjes met daarop eventueel ijs.
Het bier werd gekocht bij de plaatselijke middenstand en de jenever werd vanuit Nederland aangevoerd. Omdat onze schipper minimaal drie keer per maand van bemanning wisselde, zat hij dus gebakken, omdat de opstappers wisten wat van hen op alcoholisch gebied verwacht werd.

Nu was het vaak mogelijk om koud bier in te slaan, maar niet altijd en soms alleen tegen woekerprijzen. De uitdaging was dus het verkrijgen van ijs. Aan de West Franse kust meestal geen probleem, omdat de vele sportvissers ijsblokjes kochten om hun vangst koud te houden.
Zakken met ‘glacons’ volop in de meeste supermarkten. Aan de Riviera echter een groot probleem! Op jacht naar ‘glacons’ stapte ik een kleine supermarkt binnen waar twee mannen stonden te kletsen. Vriendelijk vroegen ze wat ik wilde toen ik zoekend rond keek.

,,Verkoopt u ijsblokjes?” zei ik in mijn beste Frans, wat een hysterische lachbui bij één van de mannen teweeg bracht. De andere, die zijn lach stond in te houden, schudde zijn hoofd en vermaande zijn lachende vriend.
Pas op dat moment realiseerde ik me dat ik de woorden ‘acheter’ en ‘vendre’ verwisseld had en dus gevraagd had of de man ijsblokjes inkocht. Hij verwees me, nog steeds met ingehouden lach, naar de visboer. Daar kreeg ik inderdaad na wat heen en weer wijzen vers ijs omdat gebruikt ijs van de visboer niet echt combineert met bier.
Aan boord werd het ijs op het bier gelegd en zoals te doen gebruikelijk wreef de schipper dan in zijn handen en maakte een foto van het verrukkelijke stilleven, dat tot vijf uur ’s-middags op ons lag te wachten.

In Italië en Spanje was het vrijwel onmogelijk om aan ‘cubos di ghiacchio’ of ‘cobitos de hielo’ te komen. Wel hadden ze daar een andere mogelijkheid, omdat soms in het vriesvak een fles bevroren mineraalwater lag.
Lag die er niet, dan was het eenvoudig: Avond daarvoor plastic fles mineraalwater uit het rek pakken. Er een beetje water uit laten lopen en zelf in het vriesvak leggen.
Dat gaf op een gegeven moment een probleem toen de eigenaresse van een kleine supermarkt tot haar verbazing twaalf blikjes bier en een bevroren fles op haar band zag staan.
Stoïcijns keek ik voor me en vermeed de vraagtekenachtige uitdrukking op haar gezicht. We bleven die dag in de haven om het mooie stadje goed te bekijken, dus in de avond liep ik weer naar de supermarkt en herhaalde mijn truc.

Toen ik de volgende ochtend mijn bier en bevroren fles ging halen stond de kassière achter me op het moment dat ik het vriesvak opende. ,,Tu, tu, tu,” zeggend bewoog ze haar wijsvinger heen en weer en schudde haar hoofd: die ijskoude vlieger ging niet op.
Ik wees op de twaalf biertjes en maakte een vragend gebaar. Dat interesseerde de verkoopster duidelijk niet, want met een superieure glimlach van iemand die net een gruwelijke misdaad had voorkomen ging ze achter de kassa zitten.

Ik dacht even na en liep weer naar de vrieskist, waar ik het goedkoopste ingevroren blok groente pakte.
,,We drinken bier met spinazie” zei ik de schipper, toen hij me vroeg of het weer gelukt was.



Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties