Trouwring

5749-trouwring (Door Ronald Sørensen)
Rotterdam Vandaag & Morgen geeft nu en dan gastschrijvers de gelegenheid een bijdrage te leveren. Gastschrijver van de hier begonnen reeks 'verhalen van het water' is Ronald Sørensen, Rotterdammer en voormalig politicus.

Afkomstig uit een familie van bootwerkers droeg ik nimmer mijn trouwring als ik ging zeilen. De verhalen van vingers die afgerukt - nog een klein beetje nabewegend - op de kade lagen als gevolg van een ongeluk en het dragen van een ring hadden op mij hun uitwerking niet gemist.

Aan boord van een zeilschip doen zich inderdaad af en toe situaties voor dat het dragen van een ring link kan zijn. Bij het van boord springen kan je aan de railing of verstaging blijven hangen en ook bij het snel over het dek lopen, wanneer b.v. vlug zeil moet worden ingenomen (reven) let je niet op obstakels en soms bemerk je terug in de kuip, dat je een wondje hebt opgelopen; kortom geen ring dragen.


Een tweede reis in Kroatië ging Nel niet meer mee en daarom stapte ik alleen uit het vliegtuig in Pula. Mijn vriend kwam me met de taxi ophalen en bracht me aan boord, alwaar we natuurlijk eerst een uit Nederland meegebracht borreltje nuttigde. De volgende ochtend naar de wasgelegenheid en vertrekken.

In de wasgelegenheid bemerkte ik enige animositeit onder de andere – meestal Italiaanse – watersporters. Ik begreep het niet en liet het op zijn beloop. In een andere haven merkte ik weer iets van geheim lachen, elkaar aanstoten, gniffelen en soms zelfs boze blikken.
’s-Avonds werd vanaf een motorboot een deuntje in gezet, dat in sommige andere boten giechelend lachend werd meegezongen tot iemand ,,ssst” riep en klaarblijkend in verontwaardigd Italiaans maande met zingen te stoppen.?

Onderweg vroeg ik aan mijn zeilmaat: ,,Heb jij dat ook, dat ze je min of meer uitlachen en raar doen?”
,,Ik denk dat ze mensenkennis hebben,” was het te verwachten antwoord.
,,Nee serieus” zei ik ,,ze doen vreemd.”
Lachend vervolgde mijn vriend: ,,Ze denken dat we homo’s zijn Sör.”
,,Doe effe gewoon. Als er twee hetero zijn dan zijn wij het wel en daarbij, we zien er toch niet als homo’s uit?”
,,In Zuid Europa zijn twee samen zeilende mannen snel homo. Al draag je een baard tot op je knieën.”

Daarna vertelde hij me over zijn ervaringen met een andere collega c.q. zeilmaat over een ontmoeting met twee dames op een terras in Toulon die bij het maken van contact er vanuit gingen dat hij en zijn varensgezel van de herenliefde waren. ,,Zo denken ze nu eenmaal,” merkte hij schouderophalend op.
Geconfronteerd met deze werkelijkheid voelde ik me, bestrijder van ieder vooroordeel over homoseksualiteit, toch enigermate onbehaaglijk, temeer daar mijn maat zich er niets van aantrok. Achter homo’s staan is toch iets anders dan er voor worden aangezien bemerkte ik tot mijn schaamte.

Ooit had ik bij het afscheid op een station in de aanwezigheid van vele vrienden en onbekenden, voor de grap tegen hem gezegd ,,Geef me eens een knuffel lekkere brombeer van me,” maar dit was serieus!
Nu kan je natuurlijk proberen een zo masculien mogelijk gezicht te trekken en vuile werkkleding dragen, maar als we aan de wal gingen droeg mijn maat, die veinsde mijn voorzichtige tegenwerpingen niet te horen, zo’n blauw wit gestreept Bretons zeemanstruitje dat Gerard Joling niet had misstaan.
Kortom de rest van de reis heb ik me niet geschoren en met een zo zwaar mogelijke stem en liefst met vuile handen?halve liters bier besteld.

Het jaar daarop ging Nel weer niet mee en vertrokken we vanuit Brest richting open water. Onderweg brak de voorstag zodat snel handelen noodzakelijk was. Gelukkig hadden we snel de zeilen opgedoekt, zo snel dat mijn vriend niet zag dat ik iets in mijn zak stak.
In Camaret sur Mer gingen we op zoek naar een werf en lieten onze stag achter ter reparatie. Hij zou – enorme uitzondering in Frankrijk – de volgende ochtend al klaar zijn. Opgelucht zochten we een terras op.

Eenmaal achter het bier schoot me iets te binnen en in een vergeefse hoop dat hij het niet zou zien schoof ik mijn trouwring, die ik aan boord snel van mijn vinger had gehaald weer aan mijn vinger.
Mijn vriend zag het en ik hoorde hem denken.

Na enige tijd zuchtte hij, keek me aan en zei hoofdschuddend: ,,Wat ben je toch een kinderachtig mennekke.”

(Eerder verschenen 'Verhalen van het water' van Ronald Sørensen kunt u vinden in de rubriek 'Columns' of klik hieronder op het gewenste nummer.)

[1], [2], [3], [4],

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Ziel

“Op het einde van zijn leven, kon mijn vader niet meer communiceren, maar hij kende wel hele stukken poëzie uit het hoofd die hij opzegde terwijl we ze hem voorlazen. Je zag hem dan even weer oplichten. Anderen hebben dat met muziek of schilderkunst. Ik heb het talloze keren zien gebeuren en iedere keer was het diep ontroerend.”

Nicci Gerrard in een interview met Marnix Verplancke.

https://bazarow.com/

(van de redactie)


  • Nieuw

  • Reacties