Hospitaalbediende

5740-hospitaalbediende (Door Geert-Jan Laan)
Op 9 juli 1961, achttien jaar jong, vertrok ik als hospitaalbediende op de Nieuw Amsterdam ’van’ Rotterdam. Natuurlijk vanaf de Wilhelminakade bij het hoofdkantoor van de HAL. Ik had al eerder, toen nog maar net zestien, als liftboy op de Nieuw Amsterdam gevaren.

Ik moest mij melden bij de scheepsarts in de spreekkamer naast zijn hut. Hij sprak kort en krachtig: ,,Je moet elke ochtend om zeven uur mijn ontbijt uit de eerste klas keuken halen. Als je zegt dat het voor de dokter is dan weten ze wel wat ze moeten klaarmaken.
Dat ontbijt moet je gewoon in mijn hut brengen. Behalve wanneer de deur van de spreekkamer, deze kamer dus, open staat. Dan vreet je het zelf maar op. De rest hoor je wel van de verpleger in het hospitaal.”
Aangezien ik in die periode in de bioscoop de komische Britse films over rokken jagende ’doctors at sea’ had gezien begreep ik gelijk de reden voor deze curieuze boodschap.


De verpleger had zijn hut in het hospitaal. Dat bestond verder uit een mannen en een vrouwen slaapzaaltje van zo'n – in mijn herinnering – zes bedden. Daartussen bevond zich een professioneel ogende operatiekamer.
Aan het einde van de gang was nog een zwaar gecapitonneerde isoleercel voor doorgedraaide passagiers of bemanningsleden.

De eerste avond in mijn eigen hut werd ik nog gewaarschuwd door enkele oudere bemanningsleden dat de verpleger ’van dattum’ was. Hij zou mij wel eens kunnen vragen in het hospitaal ook te overnachten.
Dat zou makkelijk kunnen want het beleid was dat patiënten zo veel mogelijk in hun eigen hut werden verpleegd. Daarvoor waren ook twee verpleegsters aan boord.
De verpleger bleek een aardige man met wie ik veel kon praten over boeken en actualiteiten. Van zijn eventuele geaardheid heb ik niets gemerkt.
Mijn werkzaamheden waren best te overzien. Ik moest boodschappen over brengen, pakjes met medicijnen bezorgen. Dat soort dingen. Schoonmaken werd door anderen gedaan. In tegenstelling tot mijn rooster als liftboy was ik 's avonds vrij.

Op deze uit- en thuisreis waren er twee gebeurtenissen waardoor het hospitaal in rep en roer was. Op de terugreis uit New York was een jonge, ik denk zo'n twee jaar ouder dan ik, elektricien volkomen doorgedraaid. Hij werd schreeuwend en tierend in isoleercel opgesloten. Hij dreigde ook steeds met zelfmoord.
Na enkele dagen, misschien ook dankzij medicijnen, kalmeerde hij wat.

Volgens de dokter zou het helpen wanneer hij onder begeleiding twee keer per dag in de frisse lucht een wandeling over het dek zou maken. Die begeleider werd ik. De dokter zei er nog wel bij dat ik hem steeds links van mij moest laten lopen om te voorkomen dat hij ineens overboord zou springen.
Dat ging enkele dagen goed. Ik kreeg complimenten van zowel de verpleger als de dokter. Ik probeerde maar een beetje met hem in gesprek te blijven door te vragen naar zijn familie, zijn woonplaats en dat soort dingen. Tot hij op een middag – na de middagwandeling - weer verviel in zijn oude gedrag.

De ochtend erna trof ik het hospitaal behoorlijk in-rep-en-roer aan. De elektricien was na zijn oprisping kennelijk in slaap gevallen want het bleef ineens muisstil in de cel. Ze gingen later toch maar even kijken. Daar lag hij. Dood. Hij was er in geslaagd het beveiligde lampje in de cel te slopen en met de stroom zelfmoord te plegen.
De dokter was ook ontdaan. Tegen mij zei hij: ,,Je hebt er ook alles aan gedaan. Maar ja. Hij was toch een vakman.”

Wat later oordeelde hij dat de bedrukte stemming in de ziekenboeg nodig moest worden opgevrolijkt. We zouden in een gezellig samenzijn wat eten en drinken en de daad bij het woord voegend begon hij telefonisch hapjes en alcoholische versnaperingen te bestellen.
Die werden ook prompt - vaak vergezeld van een knipoog- bezorgd. Er was ook muziek en naarmate de avond vorderde ging de volumeknop verder open.

Op zeker moment stormde een hutten-steward binnen. Hij had een passagier in een nabij gelegen hut luidkeels telefonisch horen klagen over het lawaai dat uit het hospitaal kwam.
De dokter aarzelde geen moment. De muziek ging uit. De glazen en de flessen en de aanwezigen verscholen zich in een ziekenzaaltje.
Hij keek mij aan en beval: ,,Mee!” Hij nam me mee naar de operatiekamer en zei: ,,Schoenen uit en liggen.” Ik moest op de operatietafel gaan liggen. Hij gooide een laken over me heen en spoot iets met een rare lucht over me heen.

Op dat moment kwam, ik denk een stuurman, poolshoogte nemen. Ik hoorde hem zeggen: ,,We krijgen klachten over lawaai. Wat is hier aan de hand?”
De dokter stond in de deur van de operatiekamer. Hij snauwde: ,,Wilt u opsodemieteren. Ik ben hier bezig met een spoedeisende blindedarmoperatie.”

Het feestje ging daarna gewoon door. Zonder muziek en op gedempte toon. Ik ben alleen nog benieuwd of in het logboek van de Nieuw Amsterdam melding is gemaakt van mijn verwijderde blindedarm.

(Dit verhaal is zeer recent ook gepubliceerd in het blad Hallo, het verenigingsblad van de bloeiende vereniging van oud- en huidig personeel van de Holland Amerika Lijn in Rotterdam. En dat in een speciale bijlage over ’De ziekenboeg’.)

Hans Roodenburg :
Lees ik ook eens andere verhalen van GJ die ik nog niet kende! Dan gaat het er tegenwoordig wel anders toe in de zeescheepvaart. Dit soort gebeurtenissen komen zelden meer voor op 'cruiseparadijzen'.

zaterdag 17 okt 2015

Johannes :
Moet ik toch weer even aan "calamity captain" Francesco Schettino denken een kaptein die zijn lustgevoelens belangrijker vond dan de veiligheid van de op hem vertrouwende passagiers en zich in zo'n Italiaans show-uniform tussen de passagiers bevond terwijl zijn roerganger in 2012 op de rotsen voer. Twee jaar daarvoor had hij ook al forse schade veroorzaakt.
Ik had in mijn jeugd een vriend die "íets" deed op een schip bij de HAL en werd ontslagen, ik heb het verhaal nimmer geloofd tot ik op ons museumschip "de Rotterdam" een soortgelijk verhaal tegenkwam. En nu de bevestiging van Geert-Jan.

Hr. Hans Roodenburg waarom ik als reageerder een iets andere naam gebruikt is U bekend ik had dit in het artikel "De ruime mazen van internet" beschreven.

donderdag 15 okt 2015

Wim :
De een komt hier met mooiere verhalen dan de ander --------------tja?????

donderdag 15 okt 2015

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Geert-Jan Laan

Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is mede-oprichter van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen.
Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken.

Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur van Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid.

Hij was tot 2003 hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden en was onder meer voorzitter van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam. Tevens was hij voorzitter van de Commissie Dag van de Persvrijheid.

KOPSTOOT

Loopbaan


Rutte, onze grote premier in het klein,

wil niet zijn hele leven onze premier zijn.

Hij wil weg, hogerop,

naar de echte hoge top.


Ik laat zien: ‘Ik ben een ferme knaap.

Van mij komt heus geen broodje aap.

Vastberaden koers ik naar mijn nieuwe stek.

Ik heb een probleem. Er is geen plek.’


Geert-Jan Laan


  • Nieuw

  • Reacties