De Bora

5738-de-bora (Door Ronald Sørensen)
Rotterdam Vandaag & Morgen geeft nu en dan gastschrijvers de gelegenheid een bijdrage te leveren. Gastschrijver van de hier begonnen reeks 'verhalen van het water' is Ronald Sørensen, Rotterdammer en voormalig politicus.

Mijn zeilvriend belde en zei dat hij in Pula (Kroatië) op ons lag te wachten.
,,Waar is de jachthaven,’’ vroeg ik.
,,Vlak bij het Romeinse amfitheater,” was het antwoord.
,,Leuk hoor. Niet bij een tempel, stadspoort of bij een triomfboog?” antwoordde ik gevat. Even was het stil en toen hoorde ik: ,,Een triomfboog? Die staat er niet!”

Na aankomst direct de Jut (boot) opgezocht, die inderdaad tot mijn aangename verrassing vlak bij een amfitheater lag.
Pula is een bijzondere stad, die inderdaad een aantal originele Romeinse bouwwerken bevat, waaronder een gave tempel voor Augustus in het centrum. Net hersteld van decennia communisme en een vernietigende burgeroorlog nam men niet de moeite om de monumenten echt toonbaar te maken.


Daarnaast had het vorige regiem de open gaten in de stad volgebouwd met zulke lelijke ‘eigentijdse’ gebouwen dat ze in Rotterdam ongetwijfeld door onze kunstpausen op de gemeentelijke monumentenlijst zouden zijn geplaatst.
Gelukkig waren er wel terrassen in het centrum, waar niet al te vriendelijk personeel met tegenzin liep te bedienen. Wat dat betreft was er dus, na de komst van het kapitalisme, weinig veranderd.

Enkele dagen later naderden we Opatija over een rustig zeetje. De haven lag in zicht en nog een half uurtje zeilen zou ons binnen brengen.
Plotseling zei Nel: ,,Kijk eens wat een donkere wolken er komen.’’ En inderdaad, boven het gebergte ten noorden van de stad kwam een pikzwarte lucht aan.
,,Ze hebben hier toch ook een soort föhn?” vroeg ik aan de schipper.
,,Ja, maar die is er alleen in de winter heb ik gelezen.”

,,Kan wel zijn, maar het ziet er niet best uit en kijk eens wat die Kroaten doen,” zei ik. De andere zeilers lieten namelijk snel de zeilen vallen en gingen op de motor vlot richting kust.
,,Als het een sterke wind wordt, dan gaan die sukkels wel naar de lage wal!” hoorde ik in de inderdaad toenemende wind mijn vriend zeggen.
Ook wij toch maar snel de zeilen opgedoekt en de motor gestart, maar de wind was al zo sterk dat we de havenmond die we in zicht hadden niet konden naderen.
Reddingsvesten aan en proberen tegen de wind in te motoren, wat ook door de ontstane golven absoluut niet lukte.

De wind werd ondertussen zo sterk dat de golven werden neer geblazen en het schuim over het water scheerde. Zelfs onze zodiac (bijbootje) werd soms als een ballon door de wind uit het water getild. Ondertussen begon het ook enorm te regenen.
Nel had de kajuit opgezocht van waaruit ze angstig naar haar zeilhelden keek.

,,Is er wijn?” hoorde we haar boven de wind uit schreeuwend vragen.
,,Nee, maar er is nog wel rum en een fles cola,” werd haar toegebruld. Omdat ik ook onder zware omstandigheden graag leuk wil zijn en wil scoren zei ik pesterig. ,,Goh, de winter is wel snel gekomen. Gelukkig liggen we aan de hoge wal, maar als het zo door gaat eindigen we op de kust van Krk.’’ (Een eiland kilometers verder).

,,Blijf nou koershouden bijdehandje,” kreeg ik ten antwoord. Na een kwartier keek Nel weer en zei: ,,Het blijf slecht hé. Zal ik jullie een biertje aangeven?”
Nu drinken we redelijk, maar dit was niet het moment dus we riepen: ,,Laat maar.”
,,Ik neem nog wat,” hoorden we vanuit de kajuit. Zo ging het ongeveer twee uur in de plensregen half tegen de wind zigzaggend door. Ondertussen werden we door een steeds minder angstig lijkende Nel gadegeslagen, die ons toch ook had verteld dat er water langs de ramen naar binnen liep.

Plotseling ging de wind weer even snel ging liggen als hij was opgekomen. Omdat we door de zigzagkoers niet al te veel hoogte verloren hadden, zagen we in de verte de haven nog. ,,Geef dat biertje nu maar,’’ riep ik ,,we hebben het verdiend.”
Mijn lieve vrouw keek ons aan en zei met een merkwaardige blik: ,,Villen zullie bier jongens?”

Eenmaal in de haven werden we door een vriendelijke Kroaat bij het aanleggen geholpen. Eerlijk gezegd was zijn vriendelijkheid een beetje uitzonderlijk, maar hij bleek Nederland te kennen en beschouwden ons, ondanks het feit dat wij volgens hem de Kroatische vlag min of meer gepikt hadden, als een bevriende natie.

In zijn kuip dronken we nog wat en hij vertelde ons dat de enige manier om de ‘Bora’, zoals die valwind genoemd werd, het hoofd te bieden was door snel naar de kust te varen. Onder de bergen ontstond een luwte die gewoon varen nog mogelijk maakte.

Een jaar later vroeg ik Nel of ze mee ging zeilen die zomer. ,,Waar,” vroeg ze. ,,Kroatië?” opperde ik voorzichtig. ,,Asjeblieft, één Bora is voldoende. Ik heb er nog hoofdpijn van.’’


(Eerder verschenen 'Verhalen van het water' van Ronald Sørensen kunt u vinden in de rubriek 'Columns' of klik hieronder op de gewenste aflevering.)

[1], [2], [3]
,

R.Sörensen :
Boven windkracht 6 is met een bootje van 7 meter niet leuk.
De kussens en matrassen rollen door de kajuit, ondanks het feit dat je veel vastsjort.
In de kuip krijg je ondanks de buiskap voortdurend water in je gezicht.
Dat is één dag te doen als er geen vrouwen (het zwakke geslacht) aan boord zijn.
Je vaart dan niet voor je plezier. En of je weg gaat of niet is uiteraard ook afhankelijk waar je ligt. Er ligt nog een verhaaltje over zo'n situatie in de buffer.

zondag 18 okt 2015

Hans Roodenburg :
Dan kun je toch beter op de Oosterschelde - nabij mijn woonplaats - varen. Het ergste dat ik mee heb gemaakt was windkracht 10! Zeer vervelend maar daarin kun je nog goed overleven. Ik heb op de Noordzee een keer een proefvaart meegemaakt in windkracht 7 van een bulkcarrier waarin het ruim was uitgerust met drankbars en haringtentjes. Iedereen dood(zee)ziek. Behalve ik, want ik had mij beperkt tot het drinken van whisky's...

zaterdag 17 okt 2015

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Ziel

“Op het einde van zijn leven, kon mijn vader niet meer communiceren, maar hij kende wel hele stukken poëzie uit het hoofd die hij opzegde terwijl we ze hem voorlazen. Je zag hem dan even weer oplichten. Anderen hebben dat met muziek of schilderkunst. Ik heb het talloze keren zien gebeuren en iedere keer was het diep ontroerend.”

Nicci Gerrard in een interview met Marnix Verplancke.

https://bazarow.com/

(van de redactie)


  • Nieuw

  • Reacties