Misbruik

5724-misbruik (Door Ronald Sørensen)
Rotterdam Vandaag & Morgen geeft nu en dan gastschrijvers de gelegenheid een bijdrage te leveren. Gastschrijver van de hier begonnen reeks 'verhalen van het water' is Ronald Sørensen, Rotterdammer en voormalig politicus.

Misbruik maken van je positie als politicus is in mijn vak een doodzonde. Toch heb ik het een keer gedaan.

Zeilend langs de oostkust van Sardinië bemerkten we al snel, dat het vinden van een plek in de jachthavens problematisch was.

De zeiljachten worden gebruikt om lekker op zee te zeilen om daarna weer terug te keren naar de haven. Het van haven naar haven varen zoals wij dat in Noord Europa doen is minder bekend, vandaar dat er weinig of geen aanlegplekken voor passanten zijn. De oplossingen zijn of ankeren of heel vroeg één van de spaarzame plekjes veroveren.

De tocht naar Olbia duurde vrij lang zodat we pas tegen de avond de jachthaven opzochten die, zoals te verwachten, propvol lag. In zo’n geval ga je of op de kop van een steiger of aan de kade liggen. Wij kozen voor het laatste en liepen snel de stad in voor men bezwaar kon maken.

,,Balen dat ik hier geen plek kan vinden,” zei mijn zeilvriend. ,,Ik ben hier met de pont en de trailer aangekomen en de VW-bus moet nagekeken worden, zodat ik nog regelmatig in Olbia moet zijn. Op de werf waar we in het water zijn gegaan is geen ligplaats.”

Terug in de jachthaven werden we besprongen door een druk gesticulerende havenmeester, die met wegwuivende handgebaren duidelijk maakte dat we zo snel mogelijk op moesten donderen.
Door de wol geverfd glimlachten wij vriendelijk, haalden de schouders op en wezen op ons Nederlandse vlaggetje. ,,Do you speak english?” Hoofdschudden. ,,Sprechen sie Deutsch?’’ Weer schudden. ,,Parler vous francais?” gevolgd door een ,,Oui! et je veux que vous quittez le port immediatement!”
Dat hij Frans sprak (zeker van Corsica) was een tegenvaller, want soms geven weerspannige havenmeesters het in arren moede maar op en laten je rustig liggen.

Even waren we perplex, maar ik herstelde al snel en zei in mijn beste Frans ,,Ik ben senatore*) in de grootste haven van Europa: Rotterdam! Ik laat me niet wegsturen als u daarvoor geen geldige reden heeft,” daarna vriendelijk: ,,We liggen toch niet echt in de weg en de stad Rotterdam en ik als senatore van die stad zullen u uitermate dankbaar zijn voor uw coulance!”

Even aarzelde hij, keek rond haalde zijn schouders op ten teken van berusting en liep weg. Ons in grote tevredenheid achterlatend.
De volgende dag zochten we snel ’s ochtends de enige passantenplek op en bleven liggen, omdat ik naar huis ging.

,,Hé grote belangrijke senatore uit Rotterdam,’’ zei mijn vriend ,,kan je niks regelen voor me, want ik moet hier nog een paar keer naartoe?” ,,Zal zien wat ik kan doen,” antwoordde ik geheimzinnig.

Eenmaal in Rotterdam zocht ik het adres van de jachthaven op en vroeg aan een bevriend ambtenaar een enveloppe en briefpapier van de stad. Daarop printte ik heel netjes, dat de stad erg blij was met een havenmeester die wist dat er maar twee redenen zijn om een schip te weigeren n.l. gevaarlijke lading en een vermoeden van besmettelijke ziekte aan boord. Dit uiteraard met verwijzing naar het internationale reglement.
Daarna een uitvoerige dankbetuiging voor het gastvrij ontvangen van die belangrijke stadgenoot en dat alles bezegeld met een paar indrukwekkende stempels.

Binnen een week belde mijn vriend me en vroeg: ,,Sør wat heb je gedaan? Ik was de enige die een plek kreeg en hij pakte zelfs ons lijntje aan.”
,,Dat ga ik niet zeggen, want dan ga jij als CDA’er direct klagen en daar schiet ik niets mee op. Wees blij en doe hem de groeten van die belangrijke senatore uit Rotterdam,” was mijn antwoord.

*) ik gebruikte het woord 'senatore', omdat ik het woord gemeenteraadslid niet in het Frans wist. Niet wetende dat …….


(Eerder verschenen 'Verhalen van het water' van Ronald Sørensen kunt u vinden in de rubriek 'Columns' of klik hieronder op het gewenste nummer.)

[1], [2]

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Ziel

“Op het einde van zijn leven, kon mijn vader niet meer communiceren, maar hij kende wel hele stukken poëzie uit het hoofd die hij opzegde terwijl we ze hem voorlazen. Je zag hem dan even weer oplichten. Anderen hebben dat met muziek of schilderkunst. Ik heb het talloze keren zien gebeuren en iedere keer was het diep ontroerend.”

Nicci Gerrard in een interview met Marnix Verplancke.

https://bazarow.com/

(van de redactie)


  • Nieuw

  • Reacties