COLUMNS

'Familie van Piet!'

,,Bolletje zoekt je!,’’ zo was de korte mededeling van barman Frans. ‘Bol’ stond in de hele stad als krachtpatser bekend. In zijn eentje sloeg hij ooit zes dronken Noorse matrozen uit dezelfde bar…

Lees verder

Proost!

Ooit een schrikkeljarige ontmoet? Op 29 februari 1948 zag ik als Jim Peter Postma in Rotterdam mijn eerste levenslicht.[...]

Hoge nood

Zit nog midden in de winter op het terras van café Melief Bender op de Oude Binnenweg. Met boven mij een aangename str[...]

Een diamanten jubileum en herinneringen

In het vroege voorjaar van 1953 kwam ik als jongen van negen jaar vanuit mijn lagere school in de Rotterdamse wijk Blij[...]

‘Patatje oorlog!’

In de gure vrieskoude van vorige week loop ik ’s avonds vanuit mijn buurtkroeg ‘De Walenburg’ als een hongerige w[...]

Pienter pookje, rode DAF 66 en Lockheed

Begin 1975 kreeg ik mijn eerste leaseauto als redacteur van Het Vrije Volk. Het was een rode DAF 66 met natuurlijk dat [...]

Roulette met seks

Zit aan de bar bij het Holland Casino met een kopje koffie, beroepsmatig dus. Naast mij komen ineens twee dikke bierbui[...]

Wat gebeurde er met de kreet: ‘Vrouwen

Na de chaos aan boord van het Italiaanse cruiseschip Costa Concordia direct nadat het schip op de rotsen was gelopen ku[...]

‘Gekke Henkie’

Op de Bergweg in Rotterdam-Noord spot ik een merkwaardig tafereel. Een politieman staat bij een open deur van een dure [...]

Geen kleurlingen

Na achttien jaar zijn in Engeland twee mannen veroordeeld, die in 1993 de jonge gekleurde student Stephen Lawrence hebb[...]

Het kanten mutsje

Nu, precies zo’n tien jaar geleden, overleed mijn lieve moedertje op Nieuwjaarsdag. Een jaar voor haar dood vertrouw[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties