Van de os, de ezel en de eenhoorn

5223-van-de-os-de-ezel-en-de-eenhoorn (Door ManuelKneepkens)
Er was eens een Wei, waarin een os en een ezel graasden, en omdat ze nog nooit buiten hun Wei waren geweest, en dat trouwens nooit gewild hadden ook, dachten ze dat er op de wereld enkel ossen en ezels waren.
Dat ze het daarmee in het geheel niet bij het goede eind hadden kwam nooit bij hen op, daarvoor waren ze dan ook os en ezel.

De os had altijd goed te eten gehad, hij was groot en fors en achtte zich daarom verre superieur aan wie dan ook, zeker aan de ezel, maar aangezien de ezel enkel de distels vrat die de os niet lustte, leefden ze toch vredig samen al was het dan langs elkaar heen.

Praten deden ze niet veel ze hadden het veel te druk met herkauwen. Maar soms als ze neerlagen in de lome namiddag en hun monologue interieure, het gestommel in hun ingewanden, tijdelijk had opgehouden wilde het er toch nog wel eens van komen...
,,Vroeger,’’ zei de os dan dromerig: ,,vroeger was het anders. Heremijntijd, wat een tijd was het vroeger. Toen waren de Ossen de Ossen nog. En vreten dat we deden, we trokken ons van niemand wat aan. Het was wijntje en trijntje, hoor!”

Persoonlijk had de os nooit wijntje en zeker geen trijntje op zijn terreintje gezien. Maar zo was het hem altijd overgeleverd, dat het zo altijd geweest was. En wat altijd geweest is is goed wist de os.
,,Maar tegenwoordig...,” besloot de os: ,,Niets mag er meer… niets kun je nog uitvreten. Bah, zelfs het Groen smaakt niet lekker meer.”
De ezel dacht er het zijne van.
,,Zouden er in het Hiernamaals ook distels groeien?” dacht de ezel. De ezel verkeerde immers immer in hoger sferen en hoopte het nog eens tot kw-ezel te schoppen.
En terwijl zij daar zo rustiek lagen te herkauwen in der namiddagzon huppelde er plots een jonge eenhoorn de Wei in.

,,Wat doe jij hier?” brulde de os: ,,Wie denk je dat je bent... Ezel met een hoorn op, wil jij de os uithangen?”
,,Een ezel met een hoorn...,” balkte de ezel. ,,Zoiets bestaat niet. Want een ezel draagt geen hoorn.”
,,Ik ben noch os noch ezel,” zei de eenhoorn. ,,Al heb ik wat van jullie beiden weg. Ik ben een eenhoorn, is dat zo vreemd?”
,,Liegbeest,” briesten de herkauwers. ,,Hier ben je óf os óf ezel, iets anders bestaat er in de hele Weide wereld niet!”

De eenhoorn haalde de schouders op over zoveel kortzichtigheid en begon kalm te grazen, het meest gras maar toch ook distels. Maar de os en de ezel wonden zich al maar vreselijker op en toen ze zich genoeg opgewonden hadden, waren ze er tenslotte niet meer.

Moraal:
Als u als eenhoorn eens een keer ontevreden bent
bedenk dan eens, hoe het u zou zijn vergaan
als U een os of een ezel was geweest…


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Loopbaan


Rutte, onze grote premier in het klein,

wil niet zijn hele leven onze premier zijn.

Hij wil weg, hogerop,

naar de echte hoge top.


Ik laat zien: ‘Ik ben een ferme knaap.

Van mij komt heus geen broodje aap.

Vastberaden koers ik naar mijn nieuwe stek.

Ik heb een probleem. Er is geen plek.’


Geert-Jan Laan


  • Nieuw

  • Reacties