Woelige baren (1)

5222-woelige-baren-1 (Door Geert-Jan Laan)
'Op de woelige baren, bij storm en bij wind, dacht hij steeds aan zijn blondje, dat vrolijke kind.....'

De eerste regel van een liedje, geschreven en gezongen door Eddy Christiani, vrij kort na de oorlog. In die tijd waren er veel zeemansliedjes. Nederland beschikte nog over een grote koopvaardijvloot en veel zeelui hadden tijdens de oorlog gevaren.

Toen ik op 4 augustus 1959 als net 16-jarige scholier voor het eerst op de Nieuw Amsterdam vanuit Rotterdam koers zette naar New York hadden veel oudere bemanningsleden die oorlogsperiode nog meegemaakt. Sommigen waren soms meerdere malen getorpedeerd.

Ik weet die datum zo precies omdat het in mijn monsterboekje staat. Als nummer 1061 op de monsterrol sta ik als “jongen cd” omschreven.
Cd stond voor civiele dienst. Mijn functie bleek te zijn liftboy in de passagierslift van de toeristenklasse. De lift werd met de hand bediend en je werd geacht, wanneer je het hek opentrok luidkeels het bereikte dek om te roepen.
Met enkele onderbrekingen betekende dat ik van 's morgens 0.700 uur tot 's avonds 23.00 uur met de lift op en neer zoefde. Voor zeven uur 's morgens werd je ook geacht een aantal koperen leuningen in het trappenhuis te poetsen.

Ik kom hierop omdat ik begin oktober met een makker als betalend passagier met een containerschip ben meegevaren. Dat schip heet de MS Elbfeeder en vaart (14.000 ton) met 3000 containers aan boord in een soort lijndienst vanuit Antwerpen naar de Ierse havens Dublin en Cork. Natuurlijk zijn de verschillen met de jaren vijftig en zestig gigantisch.
Het schip is van een Duitse rederij, maar vaart onder een goedkope vlag. De bemanning bestaat uit Russische officieren en lager personeel uit de Filipijnen. De voertaal aan boord is Engels. De sfeer is vriendelijk en voorkomend maar bij het laden en lossen moet je natuurlijk niet in de weg lopen.

De Russische kapitein was zo vriendelijk deze reis in mijn monsterboekje te noteren. Hij knalde er een stempel op waarmee hij het stempel van de HAL toch wat kleiner maakte.Pas bij de containerterminals zie je wat er allemaal is veranderd. Alleen in de kranen en in de gigantische voertuigen zie je nog mensen. Vrijwel nooit meer dan tien. Niet voor niets noemde een functionaris van het Gemeentelijk Havenbedrijf van Rotterdam onlangs de invoering van de container misschien wel de grootste verandering van de twintigste eeuw.
Wanneer je 's avonds op de brug even meekijkt op de radar zie je honderden schepen in Het Kanaal.

Ik weet niet precies wat de Russische en Filipijnse zeelui nu verdienen, maar de Russen vertelden dat wanneer zij vier maanden hebben gevaren, zij twee maanden betaald verlof krijgen. Dat was in onze tijd wel anders. Vooral in de wilde vaart waren de zeelui vaak een jaar of langer van huis.
Ook sliepen wij als jongens op de Nieuw Amsterdam met soms acht tot tien personen in een hut onder de waterlijn. Dus geen patrijspoort. De luchtverversing kwam 's morgens vroeg eerst uit de bakkerij.
Zoals ik al in een eerdere bijdrage beschreef was ook het eten voor de bemanning niet denderend. Verwijzend naar het groen wit groen van de HAL vlag grapten de oudere matrozen wel: ,,Groen wit groen, weinig te vreten en veel te doen.”

Op ons containerschip aten we met de bemanning mee. De Filipijnse kok was voortreffelijk. Een ruim ontbijt, een warme lunch en avondeten. Er stonden gevulde koelkasten voor als je tussendoor nog honger had. Ieder bemanningslid had een eigen hut.
Zoals uit mijn monsterboekje blijkt heb ik in die jaren ook op ‘De Oranje’ van de Amsterdamse maatschappij Nederland gevaren als lichtmatroos. En in 1961 nog een reis als hospitaalbediende op de Nieuw Amsterdam.
In die functie kreeg ik voortreffelijk te eten. Maar dat had er ook mee te maken dat de joviale scheepsarts ook voor mij eten uit de Eerste Klas keuken bestelde. Ik moest het wel zelf ophalen.

Mijn laatste twee reizen heb ik als passagier gemaakt. In 2011 met de nog steeds varende MS Rotterdam omdat het 125 jaar geleden was dat de HAL de eerste overtocht van Rotterdam naar New York had gemaakt. En recentelijk was de Russische kapitein zo vriendelijk ook deze reis als passagier in mijn monsterboekje te noteren.
Hij knalde er een stempel op waarmee hij het stempel van de HAL toch wat kleiner maakte.

Johannes :
Varen, het blijft een jongensdroom. Veel van mijn vrienden van toen waren varensgezel bij Shell, Lloyd of - minder spectaculair - op de Rijn.
Altijd mooie verhalen zoals deze. Wilde ik toen ook maar als ik nu lees "van 7.00 tot 23.00 met de lift op en neer"?
Moet ik ineens aan Abeltje denken :-)
Bedankt pa dat ik eerst mijn school af moest maken.

dinsdag 18 nov 2014

R.Sørensen :
Leuk stukje.
Ken een andere: Groen-wit-groen. Keihard werken, weinig poen.

maandag 17 nov 2014

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Geert-Jan Laan

Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is mede-oprichter van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen.
Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken.

Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur van Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid.

Hij was tot 2003 hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden en was onder meer voorzitter van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam. Tevens was hij voorzitter van de Commissie Dag van de Persvrijheid.

KOPSTOOT

Nolet Distillery als bezoekersattractie

(door Kees Versteeg)

Nolet is een familiebedrijf met een rijke historie. Het bedrijf bestaat al sinds 1691 en ondertussen is de elfde generatie aan zet.

Nolet is meer dan de beroemde kolengestookte distilleerketel nummer 1. Fraai aan het bedrijf is niet alleen het bewaren van het ambachtelijk erfgoed, maar ook de ultramoderne logistiek. Vanuit de bottelhal loopt onder de Buitenhaven een tunnel naar o.a. een volledig geautomatiseerd magazijn. Nolet oogt zoals heel Schiedam zou moeten ogen: historische enerzijds, hypermodern anderzijds.

In bijgaande video leidt Bob Nolet, zoon van Carel Nolet, ons rond in de Schiedamse distilleerderij.

PS: onthoud ook het prachtige woord ‘engelendeel’: het deel jenever dat verdampt in het eikenhouten fust. Dat deel moet vastgesteld worden teneinde er geen accijns over te hoeven betalen.

https://www.youtube.com/watch?v=bpAMenG0cUA


Nolet is elke werkdag op afspraak te bezoeken voor een rondleiding.

Zie https://www.noletdistillery.com/nl/welkom

Foto 1: noletdistillery.com

Foto 2: tunnel onder de haven - boele.nl

  • Nieuw

  • Reacties