’Paardenlul’

4910-paardenlul (Door Jim Postma)

In plaats van het eeuwige gezeik over het weer en voetbal zitten wij woordspelletjes te doen. Grammatica aan de bar. Met vijf man in onze stamkroeg ‘Companje’. Zelf geef ik de aftrap. Ik wijs naar een bord in het café waarop stond: ‘Pannenkoekenavond’.
Ietwat onzeker zeg ik tegen het vaste ploegje: ,,Vroeger was dat toch ‘pannekoeken’, dus zonder ‘n’,’’ Kleine René: ,,Ja, dat komt door die Dikke van Dale. Elk jaar veranderen zij de spelling om boeken te verkopen!’’ Grijze Hans met zijn bekende knipoog: ,,Is het nou Van Dale of Van Daale met dubbel ‘a’?!’’


Vervolgens de gebroeders Maurice en Manuel, oud-mariniers: ,,En is het nou paardelul of paardenlul?’’
Volgens Van Dale: ‘Paardenlul. De lul van een paard. Of scheldwoord’. Even later opgezocht in ‘Kramers Nieuw Woordenboek Nederlands’ van enkele jaren geleden. Geen woord over ‘paardenlul’. Maar wel: paardehaar, paardekop, paardemest en paardemiddel, dus allemaal zonder ‘n’ aan het einde!

Op dat moment, toeval bestaat haast niet, komen er twee politieagenten van de ‘bereden brigade’ op hun paarden langs het café gereden. René, bijgenaamd ‘de Kleine Generaal’ (tijdens het tv-voetballen kijken), springt op van zijn barkruk. Met ondeugend twinkelende ogen loopt hij naar buiten. Als een ware Pietje Bel.
,,Mag ik u wat vragen,’’ houdt hij de politiemannen te paard staande. ,,Is het nou paardelul of paardenlul,’’ roept hij hardop. De agenten verschieten van kleur. Een maakt al aanstalten zijn wapenstok te grijpen.

,,Ho, ho,’’ roept René verschrikt en steekt afwerend zijn handen omhoog. ,,Wij zijn hier binnen bezig met woordspelletjes, Nederlandse grammatica dus. En onze uitbater Dick zegt dat u het antwoord wel weet.’’
De agenten zijn even uit het veld geslagen.
Of de duvel er mee speelde, zelfs hun paarden raakten hierdoor van slag. Een van de twee, een bruine, begint op het trottoir te kakken. Grote hopen drollen stapelen zich op. De hele kroeg lag nu blauw van de lach. Maar niet Hans van schoothond Kaya. Als door een wesp gestoken vliegt hij naar buiten: ,,Als mijn hond dit doet, krijg ik een bekeuring,’’ zegt hij fel, ,,opruimen die strontzooi!’’

De agenten, ietwat nerveus, doen of hun neus bloedt. Dan zegt de een tegen de ander met een kwinkslag: ,,Is strontzooi nu met een t of een d?’’
Uitbater Dick staat inmiddels met een vinger te wijzen naar de achterkant van het paard: ,,Jute Zak,’’ roept hij. ,,Jute Zak!’’ (Juut of juten is Bargoens voor ‘politie’).
Met een knipoog bedoelde hij zogenaamd een jutezak onder het paard te hangen om de uitwerpselen op te vangen. Zoals vroeger.
De bereden politie had kennelijk nu meer dan genoeg van deze dubbelzinnige woordpelletjes. In galop gingen zij er vandoor.

,,Zei ik het niet,’’ riep René triomfantelijk, ,,Het is toch paardenlul!’’

frank venrooij :
wat een paardenlullen zijn het toch.

dinsdag 18 apr 2017

Jur Bekooy :
Als je het over de edele delen van een edel dier hebt, dan hoort het toch 'paardenpenis' te zijn?

zondag 12 okt 2014

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties