COLUMNS

’t Binnenkomertje

4533-t-binnenkomertje
(Door Jim Postma)

Het zogenaamde ‘binnenkomertje’ in café of andere horecagelegenheid kan je dag maken of breken.

Lees verder

‘Kafkaiaanse rotondes’

4529-kafkaiaanse-rotondes
(Door Jim Postma)
Al lange tijd erger ik mij aan de ‘racebaan’ op de Noordsingel. Veel van onze bewoners uit de Provenierswijk steke[...]

‘Stop!’

4525-stop
(Door Jim Postma)
Vorige week moest ik een goede vriendin van mij met de auto naar het vliegveld brengen. ’s-Ochtends vroeg reeds om 0[...]

Korte broek? Weg ermee!

4517-korte-broek-weg-ermee
(Door Geert-Jan Laan)
In het Rotterdam van de jaren vijftig kregen wij als opgroeiende jongens zo rond ons dertiende jaar onze eerste echte [...]

'Piespas' (2)

4516-piespas-2
(Door Jim Postma)
De ellende in de stad voor de burgers begon aan het einde van de zeventiger jaren. De toenmalige gemeenteraad had in a[...]

'Piespas'

4510-piespas
(Door Jim Postma)
In 2008 had ik een afscheidsinterview voor De Oud Rotterdammer met de toenmalige burgemeester van Rotterdam, Ivo Opste[...]

‘Lucky & Luck’

4503-lucky-luck
(Door Jim Postma)
De ijzige winden van de afgelopen maanden met de koudste ooit in maart, brachten toch iets goeds. Namelijk het zwerfka[...]

Bolle Frans en de Schouw

4491-bolle-frans-en-de-schouw
(Door Geert-Jan Laan)
Nu het lot van het voormalige journalistencafé De Schouw aan de Rotterdamse Witte de Withstraat in de huidige vorm aa[...]

Volg het spoor van de ninja’s

4485-volg-het-spoor-van-de-ninja-s
(Door Jim Postma)
Sinds vorig jaar lopen 'ninja’s' de sporen van de NS te verdedigen tegen zogenaamde koperdieven. Toen ik het bericht[...]

Voor de bakker!

4477-voor-de-bakker
(Door Jim Postma)
Met honger als een paard loop ik door het Zwaanshals op weg naar mijn favoriete bakkertje. Als ik de winkel binnenloop[...]

‘Help, de BAASmannetjes zijn geland’

4469-help-de-baasmannetjes-zijn-geland
(Door Jim Postma)
Op mijn vorige twee afleveringen over ‘straatje dicht, straatje open’ zijn vele reacties binnengekomen. Zo schrijf[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties