De kater en de whisky

4609-de-kater-en-de-whisky (Door Geert-Jan Laan)

Er is veel en vaak met grote liefde geschreven over de verhouding tussen mens en kat. Overigens ook over de verhouding tussen mens en hond. In grote lijnen kunnen liefhebbers van huisdieren dan ook verdeeld worden in honden of kattenmensen.


Als piepjong aankomend verslaggever moest ik wel naar tentoonstellingen en zelfs wedstrijden van siervogels, konijnen, duivenverenigingen en soortgelijke hobbyisten. Dat waren altijd mannen. Zij klaagden steevast dat de krant zo weinig aandacht aan hun toch veel beoefende hobby besteedde.

De duivenmelkers waren wat behendiger. Zij deponeerden op zondagavond reeds de uitslagen van hun duivenraces in de brievenbus en wanneer je nog een gaatje had op de maandagse plaatselijke pagina dan plaatste je dat berichtje. De dankbaarheid was groot. Op maandag in de kroeg werd je een gouden loopbaan voorspeld en stond de pils al klaar voordat je de barkruk had beklommen.
Maar goed. Niets kwaads over de hondenmensen, maar zelf ben ik meer een kattenmens. Ik hoef de clichés hier niet uitgebreid te herhalen. Eigenzinnig, zelfbewust maar toch ook weer aanhankelijk en vaak heel aaibaar.

In ons toen nog jonge gezin was de poes bijzonder sociaal. Behalve wanneer eens per jaar de koffers van zolder werden gehaald voor de vakantie. Zij wist precies wat zou komen en deponeerde uit protest een forse drol op een koffer en trok zich hooghartig terug.
In een latere periode had ik zelfs drie katten. Twee poezen en een forse kater. Een van de poezen was zo dom dat we haar ‘Rozenwater’ hadden gedoopt. Bij een verhuizing liet ze zich bijvoorbeeld in een muur inmetselen en na 48 uur steeds zwakker gekrijs rende ze – eenmaal bevrijd- terug in het gat in de muur.

De kater was een forse sterke kerel die niet met zich liet sollen. Als naar zijn zin - bij afwezigheid van de bewoners – de telefoon te lang rinkelde sloeg hij met zijn lange voorpoten de hoorn van de haak. Woedend blies hij dan in de hoorn.
Wanneer ik na een lange avonddienst op de krant mijzelf nog even op een whisky met ijs trakteerde en met het glas in de hand soms in slaap sukkelde kwam hij ook even ruiken. Ik ontdekte een vast patroon.
Was het een gewone ‘slobberwhisky’ dan keerde hij vol afgrijzen zich van mij af. Maar was het een echte mooie ‘maltwhisky’ dan wist de kat daar wel raad mee. Wakker geworden was mijn glas leeg. De kat lag, diep tevreden slapend, opgerold tegen mijn voet. Een echte kerel.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Geert-Jan Laan

Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is mede-oprichter van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen.
Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken.

Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur van Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid.

Hij was tot 2003 hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden en was onder meer voorzitter van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam. Tevens was hij voorzitter van de Commissie Dag van de Persvrijheid.

KOPSTOOT

Roken is dodelijk…


Wonen in Rotterdam staat gelijk aan het roken van zeven sigaretten per dag.

Dat meldt Milieudefensie over de luchtkwaliteit in de havenstad.

Fijnstof is onder meer de dooddoener.


Advies van Milieudefensie:

‘Pik nog even lekker een dubbele whisky op een ROOKVRIJ terrasje mee!’

JP


Bron: Van Gogh Museum


  • Nieuw

  • Reacties