Nieuwe haring

4571-nieuwe-haring (Door Geert-Jan Laan)

De nieuwe haring is wat laat, maar voortreffelijk. Er zijn nog maar weinig haringkramen of visboeren die daar nog een korenwijntje bijdoen. Dat zal wel weer aan de volkomen doorgeschoten regelgeving op dit gebied in ons land liggen. De Partij voor de Dieren heb ik er nog niet over gehoord, maar ik kan het ook hebben verdrongen.


Ooit bracht ik als rekruut de begintijd van mijn militaire dienstplicht voor het onderdeel Koninklijke Artillerie door in de legerplaats Ossendrecht. Vanwege een verblijf in het buitenland was ik al wat ouder dan de meeste dienstplichtigen. Ik was net mijn loopbaan begonnen als leerling-journalist.

Op een zeker ogenblik kwam er een officier die ons het begrip vaderlandsliefde zou bijbrengen. Hij begon met een vraag: ,,Wat gaat er door je heen wanneer je in het buitenland het rood-wit en blauw van onze vlag ziet?”
Ik wist het antwoord wel: ,, Dan hoop ik dat er een haringkar onder staat.” Vanwege dit weinig respectvolle antwoord moest ik voor straf drie keer het exercitieveld rondrennen, maar mijn positie in de groep was gevestigd. Gelukkig namen mijn meerderen na twee maanden het verstandige besluit om mij te laten opleiden voor de functie van foerier. Die opleiding vond plaats in de Oranje Nassau kazerne te Amsterdam.
Toen we daar bezweet, onze plunjezakken torsend, arriveerden stond op de binnenplaats/exercitieveld een heuse haringkar. De uitbater begroette ons in sappig Amsterdams: ,,So, jonges. Een lekker haringkie van ome Koos?”

Enkele jaren later zou ik trouwen met een jonge dame uit de betere kringen in Engeland. De kaarten waren al gedrukt, de receptie zou in een chique landhuis in de buurt van Liverpool worden gehouden. Op kosten van mijn nieuwe schoonfamilie zouden mijn ouders, mijn zus en enkele vrienden overkomen en in hotels worden ondergebracht.
Zij kwam nog een keer naar Nederland. Op het Centraal Station van Amsterdam haalde ik haar af. Bij de haringkar voor dat station zette ik haar koffer even neer en sloeg twee haringen naar binnen. Het zal de enige reden niet zijn geweest. Vol afgrijzen keek ze me aan. ,,Rauwe vis. Jullie barbaren eten rauwe vis.”
Ze pakte haar eigen koffer weer op en keerde spoorslags terug naar het Verenigd Koninkrijk. Twee dagen later kwam de brief. De bruiloft ging niet door. Leve de nieuwe haring.

Doebren :
Zit in Azie,ja!mis die heerlijke nw haring....!Vrg Doebren

maandag 24 jun 2013

Levi S. :
Heb genoten van deze heerlijke column.
Waar hsring al niet goed voor is!
Schaar me graag in de rijen van barbaren die deze
zilte, maar o zo heerlijke lekkernij tot zich nemen,
al dan niet vergezeld van een glaasje korenwijn!

zaterdag 22 jun 2013

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Geert-Jan Laan

Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is mede-oprichter van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen.
Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken.

Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur van Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid.

Hij was tot 2003 hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden en was onder meer voorzitter van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam. Tevens was hij voorzitter van de Commissie Dag van de Persvrijheid.

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties