‘Haringnieuws per flessenpost (1)’

4568-haringnieuws-per-flessenpost-1 (Door Jim Postma)

Als twee rasechte Rotterdamse Ketelbinken stappen wij aan boord van de hektrawler van de visfirma Jackzon in Scheveningen. Hennie Maliangkay voor het maken van de foto’s en ik voor het verslag. De eerste haringrace in ons leven.
Gewapend met rubberen laarzen, zuidwesters, dikke ouwe truien en een fles uitstekende whisky van het merk Glenfiddich staan wij bij de stuurhut van de kapitein.


De Scheveningen IV was een nog redelijk nieuwe schuit van gigantische omvang. Zo’n 50 meter lang en zeker acht meter breed. Goed voor een nieuwe haringvangst van 400 ton, oftewel 40.000 kilo.
De doorgewinterde kapitein Piet de Niet stapt ons grijnzend tegemoet. Op de man af vraagt hij: ,,Of de heren wel eens geluk hebben?’’
Hennie en ik kijken elkaar verbaasd aan en antwoorden schaapachtig – zonder iets te hebben afgesproken – bijna in koor: ,,Nou, daar hebben wij geen gebrek aan!’’
Dat vissers bijzonder bijgelovig zijn, zouden wij onderweg nog ondervinden. In plaats van, zoals wij hadden verwacht, op een ranzig schip terecht te komen, was De Scheveningen IV blinkend schoon. Met reusachtige netten, een complete drijvende visfabriek.
,,Of de heren maar bivak willen nemen in de kajuit van de radio-officier,’’ zo sprak kapitein De Niet.

En zo vielen wij als Ketelbinken van de ene verbazing in de andere. De bijzonder ruime hut had een hoogpolig tapijt, ijskast, een en al luxe.
Een keer het ruime sop gekozen ging het feest beginnen. Wij waren nu op weg naar de visgronden in het noorden van Schotland.
Na te zijn ingekwartierd in onze kajuit werden wij aan de bar uitgenodigd ter kennismaking met de rest van de bemanning.
Gasten van stuk voor stuk zo’n twee meter, spieren als kabeltouwen, kleurige tatoeages op hun bovenarmen: pijlen door hartjes, met ‘vader en moeder.’
De zeebonken dronken blikjes bier met daarnaast een whisky. In een tempo die wij als landrotten en zogenaamde ‘kroegtijgers’ nog nooit hadden meegemaakt.

Halverwege die ‘drankrace’ moesten wij de vlag al vroeg noodgedwongen strijken. Anders lagen wij na amper tientallen kilometers uit de kust als natte dweilen over de reling.
,,Of wij nog biertjes wilde meenemen naar de hut?’’ vroeg De Niet lachend.
,,Ja, doe er maar vier,’’ zeiden Hennie en ik bescheiden. Denkende aan blikjes. Tot onze grote verrassing, wederom, kregen wij per man (!) twee kartonnen dozen met 48 blikken op onze schouders mee.
Schots en scheef, nu als ‘Ketelbinkies’, liepen wij daarmee waggelend en al deinend naar onze hut.
,,Wij zijn door de mand gevallen!’’ sprak ik tot Hennie.

(wordt vervolgd)

Francis H. :
Prachtig, deze column!
Zo heerlijk herkenbaar!
Ja, journalisten zijn goede innemers!
Sommige fotografen ook!

donderdag 20 jun 2013

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties