'Op de Uwe!’

4556-op-de-uwe (Door Jim Postma)

De meeste kleurrijke figuren uit deze stad die ik hier voor u in geuren en kleuren mocht beschrijven, zijn reeds dood. Zoals ‘Bolletje’ en ‘Toon de Zeeman’. Die leefden er zo heftig op los dat de kaars aan twee kanten ging branden.
Gelukkig bestaan er nog enkele laatste der ‘Mohikanen’ (volgens Van Dale: uitgestorven Indiaanse stam/ de laatste van een bepaalde groep of partij/).


Zo zwalkt ene Uwe (70) zo’n tiental jaren door ons Rotterdam. Op zijn 24ste levensjaar belandde hij vanuit Duitsland in ons land. Aan zijn tongval, net als vroeger Prins Bernhard, is het nog te horen.
Technisch is hij zeer goed onderlegd. Hij werkte hier en in het buitenland voor internationaal bekende firma’s. De laatste paar jaar zelfs met zonnepanelen op het dak van ons nieuwe Centraal Station.
Aan geld heeft hij nooit gebrek gehad. En vooral niet aan dorst! Nuchter blijkt Uwe een bijzonder aimabel mens te zijn.
Maar o wee als hij boven zijn theewater komt. Dan is er geen land meer met hem te bezeilen. Uit hoeveel kroegen hij inmiddels is gezet, is niet meer op twee handen te tellen.

,,Uwe wordt op zijn ergst.’’ zegt barvrouw Ellie, ,,als hij een wijn- of bierglas op zijn kop gaat zetten.’’
Dan gaat hij lallen met zijn typische accent: ,,O, wat is het toch fijn, om gezellig te zijn!..’’ Vervolgens begint hij keihard op je schouder te slaan. En slist daarbij: ,,Ons kent ons, nietwaar?!...’’
Nog erger wordt het als hij aan de cafébel begint te trekken, als een ondeugend jongetje. ,,Pietje Bel,’’ luidt nu ook zijn bijnaam. Rondje na rondje geeft hij weg, tot vervelens toe. Hij denkt daarmee vrienden te maken, in ieder geval aandacht te trekken.
Uwe is een soort van trieste clown. Eenzaam.

Een aantal keren is hij opgepakt voor openbare dronkenschap. De laatste keer lag hij gestrekt op de Schiekade. De politie pakte Uwe op en stopte hem wederom in de cel.
De volgende dag, na het uitslapen van zijn roes, was hij vol lof over hen. ,,Krijg me daar toch een fantastisch ontbijtje. Wilt u een gebakken of gekookt eitje? Bruin of wit brood? Wilt u kaas of worst als beleg?’’
,,Vriendelijk die agenten, niet te geloven. Wat een service! Een hotel is er niets bij.
Allemaal grááátiss. Ik hoefde ‘geen zent te betááálle!’’

Een maand later rolde de ‘hotelrekening’ op zijn deurmat.
170 Euro voor ‘openbare dronkenschap’.

Peck :
Jim

Zo'n overnachtinkje kost minder, je betaald er om en nabij de zesennegentig euro voor en je krijgt er geen eitje, je wordt naakt in een met leer beklede ruimte gezet nadat je jezelf hebt geprobeerd te wurgen met de aaneengeknoopte kleren die je van je eigen lichaam hebt ontdaan, krijgt geen lift naar huis, zodat je door de duistere nachten van het Rotterdamse, jezelf een weg terug moet banen naar de warmte van je eigen habitat na het aanschouwen van onwillekeurig gekozen momenten van ellende die je jezelf bij het ontwaken weet te herinneren zodat je jezelf intens ellendig voelt. Deze pijnlijke momenten repeteren zichzelf zo vakkundig vaak dat het wel lijkt alsof pijn een constante in je dagelijkse ritueel vormt, en lijkt te blijven. Als horeca Rotterdam dan te klein blijkt te zijn, zoek je de aandacht gewoon in andere grote steden om daar zolderzot gevonden te worden, Als aangetaste lever, niertje links en niertje rechts je wanhoop enkel maar versterken,
ik dan maar stoppen met roken en drinken?

donderdag 20 jun 2013

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties