’t Binnenkomertje

4533-t-binnenkomertje (Door Jim Postma)

Het zogenaamde ‘binnenkomertje’ in café of andere horecagelegenheid kan je dag maken of breken.


Vorige week liep ik vanuit het centrum naar Delfshaven voor de opening van de foto-expositie van mijn goede vriend fotograaf en filmer Paul Hošek in kunstcafé Jos Gommers. Vandaar maakte ik enkele omzwervingen en liep weer terug naar de stad.
Aangekomen bij café Willens en Wetens op de Nieuwe Binnenweg had ik behoorlijke dorst en verlangde naar een ’fluitje’. Echter bij de deur word ik staande gehouden door een grote jeneverneus met alle walmen om hem heen. Met zijn grote hand greep hij de mijne en liet die niet meer los. ,,Hoe is ’t?’’ vroeg hij met dubbele tong.
,,Als je het niet erg vindt, neem ik eerst even een biertje,’’ antwoordde ik nog vriendelijk. Maar hij sliste opnieuw: ,,Hoe is ’t?’’
Hij liet mijn hand niet meer los toen ik het café wilde binnengaan.
Dus ineens ruk ik geïrriteerd mijn hand uit de zijne.

Achter de bar stond barkeeper Jan.
Nog voor ik op een kruk kon gaan zitten riep hij met een grote grijns: ,,Hoe is ’t?’’
Daarbij ging hij hijgerig van nieuwsgierigheid over de bar hangen.
,,Doe mij eerst maar een fluitje,’’ zeg ik nog nahijgend van mijn moeilijke binnenkomst.
Jan met zijn bekende brede lach: ,,Ja, dat fluitje komt wel… Maar hoe is ’t?’’
Een week geleden was mijn goede vriendin Nel van Gijzelen na een kortstondig ziekbed op 66-jarige leeftijd overleden. Zij had jarenlang in café Willens en Wetens gewerkt en was dus ook een collega van Jan.

Nel was voor mij meer een zus dan een goede vriendin. Met haar deelde ik een buitenhuisje.
,,Hoe is ’t?’’ herhaalde ik nu boos. ,,Wat een stomme rotvraag is dat. Je weet dat wij Nel vorige week hebben weggebracht!’’
In plaats dat Jan - die ik ook al weer 30 jaar ken uit het horecaleven - mij eerst het gevraagde fluitje had gegeven, was er niets aan de hand geweest. Nu ontaardde de zaak. Hij begon nota bene kwaad naar mij te kijken.
Toen zei ik tegen hem: ,,Laat maar zitten Jan!’’ Het begeerde fluitje had ik nog steeds niet van hem gekregen.
Zo liep ik de deur uit en hoorde op de valreep zijn achterklap: ,,Wie denkt’ie wel wie hij is?!’’ En meer van dat soort nare opmerkingen.
Ik rechtte mijn rug.

Bij een nabij gelegen buurtcafeetje haalde ik mijn schade meer dan in.
Zonder retorische vragen zoals: ,,Hoe is ’t?’’

,,Nou, klootte Jan!’’

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties