‘Stop!’

4525-stop (Door Jim Postma)

Vorige week moest ik een goede vriendin van mij met de auto naar het vliegveld brengen. ’s-Ochtends vroeg reeds om 05.30 uur. Soms blijkt het een handicap te zijn als je moeilijk ‘nee’ kunt zeggen op een dergelijk verzoek. Het resultaat was in ieder geval dat ik die ochtend vanaf 03.00 uur niet meer kon slapen.


Om half zes precies staat mijn vriendin bepakt en bezakt voor mijn deur. Wij stappen in de auto en zitten binnen de kortste keren op de snelweg naar Den Haag, richting vliegveld Zestienhoven (tegenwoordig ‘Rotterdam The Hague Airport’).
Nauwelijks enkele kilometers op deze weg gereden of een groot knipperend geel gevarenbord flitst ons tegemoet. Daarachter een zee van rode lichten. Een file!

Net over een helling zien wij dat het gaat om een politiecontrôle. Ik schrik hier even van. De vorige avond had ik namelijk nogal zwaar getafeld met de nodige glaasjes wijn.
Aangekomen in de politiefuik overhandigt mij een vriendelijke agent met een bril op een blaasgeval.
Tot mijn verwondering hoefde ik niet op een pijpje te blazen, maar zo’n tien centimeter daarvoor. Kennelijk de nieuwste versie. Een groen lampje gaat branden en de politieman zegt: ,,In orde, rijdt u maar door.’’

Nadat ik mijn vriendin op Zestienhoven had uitgezwaaid keerde ik om, richting ‘Rotjeknor.’
Op de terugweg werd ik tot mijn verbazing wederom aangehouden. Tegen de betrokken agent zeg ik: ,,Zojuist heb ik staan blazen bij uw collega’s aan de andere kant!’’
,,Ja, dat zeggen ze allemaal. U moet toch blazen,’’antwoordt hij streng. Hij overhandigt mij nu een apparaat met het bekende pijpje. ,,Daarin blazen,’’ zo wijst hij naar het ding. ,,En u moet pas stoppen, als ik zeg ‘Stop.’’
Met alle kracht blies ik op het pijpje, tot ik geen adem meer had.
,,Nee,’’ zegt die agent geïrriteerd, ,,u stopt pas als ik zeg ‘Stop.’’

Dit tafereel herhaalde zich drie keer. En toen zei ik: ,,Ik stop ermee!’’
Even is hij van zijn stuk gebracht. De agent pakt nu het moderne blaasapparaat waarop ik de heenweg ook had geblazen. Wederom blaas ik uit volle borst. Nu zegt de politieman plotseling: ,,Ho, maar!’’
Expres bleef ik echter doorblazen.
,,Ho, maar!’’ roept hij weer, maar deze keer keihard.
Verontwaardigd stop ik en zeg tegen hem: ,,U zei dat ik pas moet stoppen als u zegt ‘Stop’.’’
Hij kijkt mij boos aan en sommeert: ,,Rijdt u maar door!’’

Ik wilde nog zeggen: ,,Ik rij alleen door, als u zegt ‘Stop’.’’
Maar dat zou waarschijnlijk boven zijn pet gaan.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties