COLUMNS

‘Sigaretje, meneer?’

7751-sigaretje-meneer
(Door Jim Postma)

‘Sigaretje, meneer?’

Nu alle discussies weer zijn losgebarsten over roken of niet roken op terrassen, bij scholen en ziekenhuizen, schijnt verder haast niemand iets te doen aan de wereldwijde groeiende uitstoot van CO2. En roetzwarte zogenaamde ‘fijn stof’. De ijskappen blijven smelten in een ongelooflijk rap tempo. Maar behalve een paar zeer bezorgde fanatieke wetenschappers, hoor je hier op straat haast niemand over praten.

Overigens geen excuus om maar door te blijven gaan met sigaretten roken. Maar af en toe denk je dat er een heksenjacht is geopend op die verstokte, vaak toch gezellige, roker. Toch kan een sigaretje in een bepaalde situatie heel bevrijdend werken. Even weg met die dagelijkse ‘stress’.

En of we het nou leuk vinden of niet, vroeger of later komen we allemaal een keer aan de beurt. Een lichaam, net als een machine, heeft een beperkte houdbaarheidsdatum. Voor de een langer en voor de ander korter. Soms, helaas, veel te kort.

Ik zit vanaf de Schiekade in tramlijn 25 op weg naar het St. Franciscusziekenhuis. Vanaf mijn woonplek in de Provenierswijk een makkelijke verbinding. De tram stopt daar namelijk vlak voor de deur van het ó zo gastvrije ziekenhuis. De parkeerplekken zijn vaak overvol en naast geld (als 65-plusser mag ik gratis door de stad reizen), bespaart het veel frustraties in het zoeken naar een open plek.

Het is inmiddels in vrij korte tijd mijn tweede bezoek. Op verschillende plekken is bij mij huidkanker geconstateerd. En dus moeten die worden weggesneden. Zo simpel is dat nou eenmaal tegenwoordig. Dit keer moet ik voor een ‘intakegesprek’ zijn bij de afdeling anesthesie. Omdat de operaties – ondanks protesten van mij – onder volle narcose moeten gaan gebeuren. Zo’n ‘intakegesprek’ is reeds een hele ervaring en een verhaal op zich.

Als ik voor de ingang ben beland voor het voor mij inmiddels bekende ziekenhuis ziet het aan de binnenkant ‘zwart van de mensen’. Of er een epidemie is uitgebroken. Met vaak veel ellende voor alle betrokkenen.

Kijkend op mijn horloge zie ik dat ik nog tien minuten heb voor mijn afspraak. Dus besluit ik onder het genot van een sigaretje nog even wat zonnestralen mee te pikken. Ook vanwege de zenuwen, omdat zo’n ziekenhuisgang nu eenmaal geen pretje is. Terwijl ik daar nog even zo zit te genieten op een bankje, komt er een vrouw naast mij staan. Ik schatte haar in de vijftig. Om haar hoofd zit een grote ‘tulband’ in de vorm van een handdoek. Zij is daaronder kaal, zo constateer ik snel.

‘Meneer, mag ik iets aan u vragen?’, zegt zij met een bijzonder stralende glimlach. Zij kijkt mij daarbij aan met bijzonder hemelse blauwe kijkers. ‘Gaat u gerust uw gang’, zo verwelkom ik haar vraag.

Dertiende chemo
‘Meneer’, zo begint zij weer, ‘mag ik van u een sigaretje?.’ Om daar onmiddellijk aan toe te voegen: ‘Ja, ik weet dat het eigenlijk niet mag. Ik heb nu net mijn dertiende chemo achter de rug. Ik zit te wachten op mijn man die de auto is gaan halen. En nu heb ik ineens zo’n ontzettende trek in een sigaretje…’.

Gul bied ik haar een sigaretje aan. Bijzonder blij zelfs dat ik haar deze eenvoudige gunst mocht verlenen. Zij komt spontaan naast mij zitten en zegt als zij mijn pakje ziet: ‘Oh, een echte Caballero, nog wel. Die rookte mijn vader ook altijd.’ Na het vuurtje steekt zij van wal of zij mij al jarenlang kende. En in die vijf minuten die ik zelf slechts had voor mijn eigen sigaretje vertelt zij in een klap haar hele verhaal.

‘Ja, ik heb sinds vorig jaar borstkanker. En nu heb ik dus vandaag voorlopig mijn laatste chemo hier gehad. Is toch iets om te vieren, nietwaar?’ Zij kijkt mij daarbij weer zo liefdevol aan, dat ik geroerd antwoord: ‘Nou, zeg dat wel mevrouw. Pluk de dag!’

En of het nou zo was of niet, het zonnetje boven ons begon harder te stralen. Haar bijzondere hemelse ogen reflecteerden daarin nog sterker de zon. Wat een gelukzalige minuten. Maar zeker veel te kort.

Mijn sigaretje was nu écht op. En verontschuldigend, ‘mijn afspraak, weet u wel’, nam ik van haar afscheid. Of ik zojuist gedag had gezegd tegen ‘een hemels engeltje’ dat plotseling naast mij was neergedaald. Bij nota bene St. Franciscus. Dat kon toch geen toeval zijn.

‘En pluk de dag hoor!’, riep zij mij met nog veel liefde na.

(Naschrift: Een gedeelte van dit verhaal was hier eerder gepubliceerd in 2016).

Lees verder

De keuze van Metin Celik is deprimerend

7738-de-keuze-van-metin-celik-is-deprimerend
(Door Ronald Sörensen)
Metin Celik heeft bekend maakt na een carrière van meer dan twintig jaar de PvdA in te ruilen voor de politieke b[...]

De zwarthandelaar’ met roomboterlette

7728-de-zwarthandelaar-met-roomboterletters
(Door Jim Postma)
Via een vlugschrift of een kleine lokale advertentie was mijn oude heer er achter gekomen dat échte roomboterletters[...]

De Davidster islamitisch?

7727-de-davidster-islamitisch
(Door Ronald Sörensen)
Na mijn vorige stukje kreeg ik enkele vragen over de dubbele betekenis van de Davidster. Ik ben en blijf schoolmeeste[...]

Sorry, ik ben hetero!

7723-sorry-ik-ben-hetero
(Door Corry Grijn)
In gedachten zie ik heel veel wenkbrauwen optrekken: wat is dàt nu voor een titel? Moet je je tegenwoordig verontsch[...]

Postoplossing

7711-postoplossing
(Door Corry Grijn)
Zoals u weet zijn er gigantische problemen met de bezorging van ‘de post’. Van de week hoorde ik op de radio al d[...]

Sluit het Anne Frankhuis maar

7710-sluit-het-anne-frankhuis-maar
(Door Ronald Sörensen)
Het Anne Frankhuis is vernieuwd en geldt volkomen terecht als een baken tegen onverdraagzaamheid. Het verschrikkelijk[...]

Niemand vergeten?

7709-niemand-vergeten
(Door Corry Grijn)
Mag ik u deelgenoot maken van een zéér prangende vraag waar ik al weken mee worstel? In het kader van de ‘Ge[...]

Wachten op de tram

7701-wachten-op-de-tram
(Door Alek Dabrowski)
Ik ben er zeker van dat er op Charlois een café heeft bestaan met de naam ‘Voorheen Lijn Twee’. Internet geeft e[...]

De politicus van het jaar “verkiezinge

7700-de-politicus-van-het-jaar-verkiezingen-afschaffen
(Door Ronald Sörensen)
Het gebeurt wel eens, dat je de telefoon opneemt en wordt gefeliciteerd: Daarna blijkt je een echte spekkoper te zijn[...]

Heksenklauwtjes

7699-heksenklauwtjes
(Door Corry Grijn)
Nee, beste lezer, dit is niet de naam van een exotisch gerecht maar van een nieuwe aandoening. Want naar mijn beschei[...]

Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties